ECLI:NL:RBNNE:2026:1673
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending medewerkingsplicht en onduidelijke verblijfplaats
Eiseres ontving een bijstandsuitkering en werd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerveld uitgenodigd voor gesprekken om haar feitelijke woon- of verblijfplaats te verifiëren. Zij verscheen niet op de afspraken en gaf aan niet in de gemeente te verblijven, waardoor het college haar uitkering opschortte en uiteindelijk introk wegens schending van de medewerkingsplicht.
Eiseres voerde aan dat zij dakloos was door problemen met haar verhuurster en dat de gemeente een zorgplicht had. Zij stelde dat zij steeds had aangegeven waar zij verbleef en verwees naar een advies van de commissie van advies voor bezwaarschriften die het college tekort vond schieten. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat eiseres onvoldoende objectieve gegevens had verstrekt om haar afwezigheid te rechtvaardigen en dat het college terecht de uitkering introk.
De voorzieningenrechter benadrukte dat het noodzakelijk was dat eiseres meewerkte aan het vaststellen van haar recht op bijstand, waaronder het bijwonen van gesprekken en het verstrekken van informatie over haar verblijfplaats. Omdat zij hieraan niet voldeed en ook niet aannemelijk maakte dat dit onmogelijk was, kon het college het recht op bijstand niet vaststellen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.