Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats die gereserveerd is voor een ander voertuig. Betrokkene erkent de overtreding, maar stelt dat zij vanwege haar ziekte van Crohn en de dringende noodzaak om een toilet te bezoeken, geen andere keuze had dan tijdelijk op die plek te parkeren.
De kantonrechter overweegt dat de medische omstandigheden en het ontbreken van andere parkeerplaatsen in de drukke horecabuurt aannemelijk maken dat sprake is van overmacht. Betrokkene heeft de auto daarna verplaatst naar een parkeergarage op tien minuten loopafstand, waardoor de gehandicaptenparkeerplaats weer beschikbaar kwam.
De officier van justitie had het beroep ongegrond verklaard, maar de kantonrechter vernietigt deze beslissing en matigt de boete tot nul. Betrokkene krijgt het bedrag van de zekerheidstelling terug. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.