Valent Holding B.V. kreeg een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) voor het rijden van 30 km per uur te hard op de Rijksweg A7 bij Terwispel op 16 april 2024. De boete bedroeg € 377,00. De gemachtigde van Valent stelde dat hij op het moment van de overtreding op kantoor in Lelystad was en kon daardoor de overtreding niet hebben begaan. Hij onderbouwde dit met een e-mail van een gesprekspartner.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna de gemachtigde beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 7 april 2026 werd vastgesteld dat er twijfel bestond over de waarneming van de verbalisant, mede omdat geen staandehouding had plaatsgevonden en er geen aanvullende informatie was aangeleverd.
De kantonrechter oordeelde dat deze twijfel in het voordeel van de gemachtigde moest worden uitgelegd, waardoor de verkeersovertreding niet kon worden vastgesteld. De boete werd vernietigd. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van € 117,08 toegekend, bestaande uit reiskosten en een forfaitaire vergoeding voor verletkosten.