Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1706

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
11813066 BU VERZ 25-1629
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 9 WahvArtikel 6, eerste lid, EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete voor onnodig geluid veroorzaken door bestuurder motorvoertuig

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het veroorzaken van onnodig geluid als bestuurder van een motorvoertuig op 7 april 2024 in Drachten-Azeven. Betrokkene betwist de overtreding en stelt dat de verbalisant onjuiste verklaringen heeft afgelegd, mede vanwege een scootermeeting op dat moment. De officier van justitie handhaafde de boete, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 7 april 2026 werd het beroep behandeld. De kantonrechter oordeelde dat de verklaringen van de verbalisant consistent en nauwkeurig waren en dat betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de overtreding niet had plaatsgevonden. De overtreding werd daarom vastgesteld.

Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn voor berechting was geschonden, aangezien meer dan twee jaar was verstreken tussen het moment van de overtreding en de uitspraak. Daarom werd de boete gematigd met 25%, van €309 naar €234 inclusief administratiekosten. De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd en de matiging opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete voor onnodig geluid veroorzaken wordt met 25% gematigd wegens schending van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 265320137
zaaknummer: 11813066 BU VERZ 25-1629

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van7 april 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R522 – ‘als bestuurder van een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken’, verricht op 7 april 2024, om 15:22 uur, op de Fahrenheitlaan in Drachten-Azeven, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 7 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. R.A. van der Velde aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie.
1.3.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
2. Betrokkene stelt dat de verbalisant liegt in het aanvullend proces-verbaal. Op het moment dat betrokkene geparkeerd stond, was er een scootermeeting aan de gang. Betrokkene wilde daar weggaan, toen politie om de hoek kwam. Daarop reden de scooterrijders vol gas weg. Betrokkene vindt het niet realistisch dat de verbalisant kan verklaren dat betrokkene met piepende banden wegreed, terwijl er 50 scooters tegelijk met vol gas wegreden. Hij is zelf rustig weggereden en voegde voor de agent in op de weg. Volgens hem was de agent geïrriteerd omdat hij niemand kon oppakken en reageerde hij dat af op betrokkene. Hij kreeg geen stopteken en werd pas aangesproken op het moment dat hij stopte. Betrokkene vroeg om het dienstnummer, maar dit gaf de verbalisant niet.
3. De vertegenwoordigster geeft aan dat de verklaringen van de verbalisant duidelijk zijn. Het ging om een auto tussen scooters. De verbalisant heeft dit kunnen waarnemen. De overtreding staat vast. Wel is volgens de vertegenwoordigster de redelijke termijn van berechting geschonden.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
5.1.
De verbalisanten hebben verklaard dat zij zagen dat het voertuig optrok. Daarbij hoorden zij dat de banden piepten.
5.2.
Een van de verbalisanten heeft in een op ambtsbelofte opgemaakt aanvullend proces-verbaal verklaard dat hij de auto van betrokkene zag staan terwijl hij het raam open had. Vervolgens maakte de auto hoge toeren en reed deze met een schok weg, waarbij de banden piepten. Er hing rook op de plek waar het voertuig had gestaan. De weg was leeg en dus was het maken van het geluid onnodig. De verbalisant vermoedt dat betrokkene de aandacht van omstanders, die omkeken, wilde trekken.
5.3.
Dezelfde verbalisant heeft in een tweede aanvullend proces-verbaal verklaard dat hij de auto van betrokkene zag stilstaan midden op de rijbaan. Toen de verbalisant zijn auto stilzette hoorde hij de auto van betrokkene meer toeren maken dan normaal en de banden piepen bij het wegrijden. Vanwege een open raam kon de verbalisant het geluid goed waarnemen en zelfs de geur van verbrand rubber ruiken.
5.4.
De kantonrechter ziet geen reden om te twijfelen aan deze consistente en zeer nauwkeurige verklaringen van de verbalisant, die is getraind om dergelijke waarnemingen te doen. Betrokkene heeft zijn stellingen niet aannemelijk gemaakt en de getuigen die hij zegt te hebben niet laten verklaren. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld.
6. De manier waarop betrokkene door de verbalisant is behandeld valt niet onder deze procedure. In deze procedure wordt alleen beoordeeld of de gedraging heeft plaatsgevonden en of hiervoor terecht een boete is opgelegd. [1]
7. De kantonrechter zal wél de boete matigen met 25% tot € 234,00 (inclusief administratiekosten), omdat de redelijke termijn is geschonden. [2] In deze zaak is namelijk meer dan twee jaar verstreken tussen het moment waarop betrokkene kon verwachten dat hij een boete zou krijgen en deze uitspraak.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 234,00 inclusief administratiekosten;
  • bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 9 van Pro de Wahv.
2.Artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.