De rechtbank Noord-Nederland heeft op 12 mei 2026 uitspraak gedaan in de zaak tussen eiser en de heffingsambtenaar van de gemeente Midden-Groningen over de aanslagen rioolheffing 2024 en afvalstoffenheffing 2023. Eiser betoogde dat de opbrengstlimiet was overschreden en dat de heffingsambtenaar onvoldoende inzicht had gegeven in de toerekening van overhead, personeelslasten en btw.
De heffingsambtenaar had uitgebreide specificaties en detailoverzichten overgelegd waaruit bleek hoe de kosten waren toegerekend aan de verschillende heffingen. De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar ruimschoots had voldaan aan zijn verplichting om inzicht te verschaffen in de raming van baten en lasten. Eiser had onvoldoende gemotiveerd gesteld waarom er redelijke twijfel zou bestaan over de lastenposten.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad over de bewijslastverdeling bij overschrijding van de opbrengstlimiet. De bewijslast ligt bij eiser, die onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de opbrengstlimiet was overschreden. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard, de aanslagen bleven in stand en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.