Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 12 mei 2026 in de zaken tussen
[eiser], uit [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Midden-Groningen, de heffingsambtenaar.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
a) Is de WOZ-waarde te hoog vastgesteld?
Juridisch kader
- dat de in het taxatieverslag en uitspraken op bezwaar opgenomen vergelijkingsobjecten verschillen van zijn woning, en dat niet duidelijk blijkt hoe met die verschillen rekening is gehouden;
- dat de heffingsambtenaar een aantal van zijn bezwaargronden onjuist geïnterpreteerd heeft, en daarom niet op alle gronden beslist heeft;
- dat de heffingsambtenaar in de loop van de procedure verschillende standpunten heeft ingenomen ten aanzien van hoe de waardering tot stand komt;
- dat er geen reactie is gekomen op zijn opmerkingen en aanvullingen op het verslag van het hoorgesprek;
- dat pas op de hoorzitting werd verteld dat de hogere waardering kwam door een nieuw systeem.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht in zaaknummer LEE 25/3190 van € 53 aan eiser moet vergoeden.