In deze zaak vordert Stad & Streek betaling van een factuur voor een advertentiecampagne die zij stelt met [eiseres] te zijn overeengekomen. [eiseres] betwist dit en stelt dat zij nooit een overeenkomst met Stad & Streek heeft gesloten en bovendien door Stad & Streek is misleid.
De feiten tonen aan dat [eiseres] in juli 2024 een advertentieovereenkomst had met DNB Groep en dat zij in november 2024 een e-mail ontving van een onbekend e-mailadres met een advertentie en een deelnameformulier voor een actie, waarbij zij akkoord gaf. Later stuurde Stad & Streek een factuur, die [eiseres] niet betaalde en waarop zij om bewijs vroeg van de opdrachtbevestiging en publicatie.
De kantonrechter stelt vast dat er geen contact was geweest tussen partijen vóór de e-mail van 21 november 2024 en dat de e-mail een grote witruimte bevatte waardoor belangrijke informatie pas na scrollen zichtbaar werd. Hierdoor ontbrak bij [eiseres] de wilsovereenstemming om een overeenkomst aan te gaan. Bovendien is de wijze van procederen door Stad & Streek onrechtmatig omdat zij de e-mail in verkeerde volgorde overlegde, wat misleiding bevestigt.
Gelet hierop oordeelt de kantonrechter dat geen overeenkomst tot stand is gekomen en wijst de vordering van Stad & Streek af. Stad & Streek wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden gesteld aan de zijde van [eiseres].