Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 17 maart 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft bijgehouden;
- de pleitnota van [eiser] ;
- de pleitnotities van Univé.
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser is op 28 september 2024 betrokken geraakt bij een verkeersongeval en heeft letsel opgelopen. Hij had een Schadeverzekering Inzittenden (SVI) bij Univé, die tot op heden € 95.000,- aan voorschotten heeft uitgekeerd. Eiser verzocht om een aanvullend voorschot van € 17.500,-, stellende dat zijn totale schade € 112.485,- bedraagt, onderbouwd met medische adviezen die een causaal verband tussen het ongeval en zijn arbeidsongeschiktheid aantonen.
Univé betwist het causaal verband en voert aan dat eiser een relevante medische voorgeschiedenis heeft, waaronder pre-existent letsel, PTSS, en immuunziekten. Ook stelt Univé dat de psychische klachten samenhangen met andere factoren zoals financiële problemen en een voogdijzaak. Daarnaast ontbreekt volgens Univé een financiële onderbouwing van de schade.
De kantonrechter oordeelt dat in kort geding terughoudendheid geboden is en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een causaal verband bestaat tussen het ongeval en de huidige klachten. Ook is de schade onvoldoende onderbouwd, aangezien eiser geen bewijsstukken heeft overgelegd die de omvang en oorzaak van de schade aantonen. Het gevorderde aanvullend voorschot wordt daarom afgewezen. Tevens worden de overige vorderingen, waaronder nakoming van de verzekeringsovereenkomst en vergoeding van buitengerechtelijke kosten, afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot aanvullend voorschot wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van het causaal verband en onvoldoende onderbouwing van de schade.