Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1861

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
11778099 BU VERZ 25-1389
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete parkeren op gehandicaptenparkeerplaats gegrond verklaard wegens latere aanleg parkeerplaats

Aan betrokkene werd een boete opgelegd wegens parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats die was gereserveerd voor een ander voertuig. Betrokkene stelde dat zijn auto al geparkeerd stond voordat de gehandicaptenparkeerplaats werd aangelegd. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 23 maart 2026 werd vastgesteld dat de gehandicaptenparkeerplaats inderdaad pas was aangelegd nadat betrokkene zijn auto daar had geparkeerd. Hoewel de verkeersovertreding vaststond, achtte de kantonrechter dit feitelijk gegeven aanleiding om de boete te matigen.

De kantonrechter matigde de boete tot nul euro en bepaalde dat betrokkene het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terugkrijgt. De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wordt gegrond verklaard en de boete wordt gematigd tot nul euro omdat de gehandicaptenparkeerplaats pas na het parkeren van de auto is aangelegd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 268403606
zaaknummer: 11778099 BU VERZ 25-1389
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 maart 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [plaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘met een voertuig parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats die is gereserveerd voor een ander voertuig’, verricht op 1 augustus 2024, om 14:29 uur, op [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 499,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
2. Betrokkene voert aan dat de parkeerplaats voor zijn deur is veranderd in een gehandicaptenparkeerplaats terwijl zijn auto daar geparkeerd stond.
3. De vertegenwoordiger is van mening dat het beroep gegrond moet worden verklaard. Uit aanvullende informatie is gebleken dat de gehandicaptenparkeerplaats is aangelegd, terwijl de auto van betrokkene er al stond.
Overwegingen
4. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
5. De kantonrechter ziet aanleiding om de boete te matigen tot nul euro. Gelet op het aanvullend proces-verbaal acht hij het aannemelijk dat de gehandicaptenparkeerplaats pas is aangelegd nadat betrokkene zijn auto daar had geparkeerd. De verkeersovertreding kan hem daarom niet worden verweten.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 00,00;
  • bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.