Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1868

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
11860255 BU VERZ 25-2006
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)bord G11
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen boete voor rijden op fietspad ondanks verkeersomstandigheden

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het rijden op het fietspad op 20 november 2024 in Drachten. Betrokkene stelde dat hij door een ongeval en een afgesloten brug genoodzaakt was het fietspad te gebruiken en dat dit niet opzettelijk was.

De kantonrechter heeft het beroep op 23 maart 2026 behandeld en oordeelt dat de verklaring van de verbalisant, die het bord G11 en de locatie bevestigt, doorslaggevend is. Het kaartje van betrokkene klopt niet met de feitelijke situatie, en er was geen bewijs dat betrokkene niet kon keren of achteruitrijden.

De kantonrechter concludeert dat de overtreding is begaan en dat de boete terecht is opgelegd. Er is geen aanleiding tot matiging of proceskostenveroordeling. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor rijden op het fietspad wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 270468368
zaaknummer: 11860255 BU VERZ 25-2006

uitspraak van de kantonrechter van 2 april 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [plaats] ,
gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets-/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 20 november 2024, om 18:06 uur, op het Moleneind ZZ in Drachten, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: als gemachtigde van betrokkene mr. O. van der Meer, in plaats van mr. Voorbach, en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing van de kantonrechter

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dit doet.
Standpunten van partijen
3. Betrokkene heeft, onder verwijzing naar een bericht op [website] , gesteld dat er verderop een ongeluk was geweest. Dat leidde er toe dat hij het fietspad opreed. Dat deed hij niet expres. Op de zitting heeft gemachtigde aan de hand van de aanvullende gronden en een kaartje (bijlagen) nader toegelicht dat op 20 november 2024 inderdaad een ongeluk gebeurd was bij het passantenhaventje in Drachten: een automobilist had niet goed opgelet en was bijna het water ingereden. Betrokkene wilde naar restaurant [bedrijf] ; even verderop is er een parkeerplaats bij de Action. Gemachtigde heeft de situatie aan de hand van het kaartje uitgelegd. Dat toont het fietspad waar betrokkene reed, de plek waar het ongeluk was gebeurd en een brug die eruit lag wegens werkzaamheden. De verbalisant stond volgens zijn verklaring op Moleneind ZZ; maar volgens gemachtigde stond hij op Moleneind NZ, en dat is een gewone weg en geen fietspad. Betrokkene kon ook niet door de bocht rijden waar de politie stond, want daar was het ongeluk gebeurd. Hij heeft vervolgens het bord over het hoofd gezien. Wegens de bijzondere omstandigheden heeft gemachtigde gevraagd om matiging van de boete.
4. De vertegenwoordiger heeft over de pleeglocatie gesteld dat de noordkant van het water Moleneind NZ heet en de zuidkant van het water Moleneind ZZ; het fietspad waar betrokkene reed, heet ook Moleneind ZZ. Dat is volgens de verbalisanten een fietspad; ze waren daar aanwezig. Op het Moleneind ZZ is betrokkene een bord gepasseerd waaruit blijkt dat hij op een fietspad reed. Als er een ongeluk is gebeurd, moet je een andere oplossing kiezen: achteruit of keren, maar niet zomaar het fietspad op. De vertegenwoordiger ziet geen reden voor matiging.
Overwegingen van de kantonrechter
5. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
5.1.
Die verklaring luidt onder andere:
“Ik zag dat het voertuig reed op een door bord G11 aangeduid weggedeelte dat is bestemd voor het verkeer van fietsers, zijnde een fietspad. Ik zag dat het bord duidelijk zichtbaar aanwezig was. Ik bevond mij op Moleneind ZZ en ik had duidelijk en onbelemmerd zicht op het voertuig.”
5.2.
Op het kaartje van gemachtigde staat dat het fietspad waarover betrokkene is gereden Moleneind Noordzijde heet, maar dat klopt niet. In het dossier zit een foto, gemaakt door de verbalisant, van het bord G11 op de pleeglocatie. Op foto’s van Google Street View (bijlagen) is te zien dat boven dat bord een straatnaambordje met “Moleneind ZZ” hangt. Het fietspad heet dus óók Moleneind ZZ. Het klopt dus dat de verbalisant op Moleneind ZZ stond en niet op Moleneind NZ, dat hij het bord heeft kunnen controleren en dat hij de auto van betrokkene heeft kunnen zien.
5.3.
Verder blijkt niet dat betrokkene, toen hij bij de afsluiting van de weg door het ongeluk kwam, alleen via het fietspad verder kon. Hij had achteruit kunnen rijden of kunnen keren om terug te gaan over de straat waarlangs hij was gekomen, om het restaurant vanuit een andere richting te bereiken. De overtreding is verricht en daarvoor heeft de officier van justitie terecht een boete opgelegd. De beroepsgronden zijn geen aanleiding om de boete te matigen. Er is ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter, in aanwezigheid van
mr. W.B. Jongsma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026.
griffier kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.