ECLI:NL:RBNNE:2026:1893
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen boete voor onrechtmatig signaal geven op snelweg
Betrokkene kreeg een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) voor het geven van signalen op een andere wijze dan toegestaan op 4 februari 2025 op de Rijksweg A7 in Winschoten. Betrokkene stelde dat de snelweg leeg was en dat hij niet rechts inhaalde, maar rechts achter de verbalisant reed en met groot licht knipperde om de verbalisant naar rechts te laten gaan. Hij gaf ook aan haast te hebben vanwege een gemiste afslag.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 23 april 2026 werd het beroep behandeld en onmiddellijk ongegrond verklaard. De kantonrechter stelde vast dat de boete terecht was opgelegd aan de kentekenhouder en dat de verbalisant geen mogelijkheid had betrokkene staande te houden.
De kantonrechter vond de verklaring van de verbalisant betrouwbaar en oordeelde dat het geven van signalen alleen is toegestaan bij een geldige aanleiding. Betrokkene had op de rechterbaan kunnen blijven rijden ondanks zijn frustratie en haast. Het gedrag werd als agressief beoordeeld en er was geen reden om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens onrechtmatig signaal geven op de snelweg wordt ongegrond verklaard.