ECLI:NL:RBNNE:2026:1899
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- W.B. Jongsma
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen boete voor verboden verlichting op voor openbaar verkeer openstaande weg
Betrokkene kreeg een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) voor het rijden met meer lichten dan toegestaan op 13 december 2024. Betrokkene voerde aan dat zij niet reed maar stilstond op een parkeerplaats die een eigen weg zou zijn, en dat de lampjes alleen op de parkeerplaats aanstonden voor een evenement.
De kantonrechter stelde vast dat het parkeerterrein feitelijk voor het openbaar verkeer openstaat en daarom als een voor het openbaar verkeer openstaande weg moet worden aangemerkt. De verklaring van betrokkene dat zij niet reed werd onvoldoende onderbouwd geacht.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en zag geen reden om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens verboden verlichting op een voor het openbaar verkeer openstaande weg wordt ongegrond verklaard.