Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1901

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
11967750 BU VERZ 25-2370
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Artikel 13a WahvArtikel 4 Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard wegens ontbreken verkeersovertreding en toekenning proceskostenvergoeding

Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het volgen van een andere rijrichting dan de verplichte rijrichting op 23 februari 2025 in Groningen. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard, waarna beroep werd ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 23 april 2026 werd vastgesteld dat uit de verklaring van de verbalisant enkel bleek dat de pijl op het bord D5 naar links wees, maar dat niet is vastgesteld dat betrokkene daadwerkelijk in strijd met deze verplichte rijrichting heeft gehandeld. De kantonrechter achtte het niet nodig om aanvullend proces-verbaal op te vragen.

De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de eerdere beslissingen en kende een proceskostenvergoeding van € 283,25 toe aan betrokkene. Tevens werd bepaald dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt. De kantonrechter verklaarde zich onbevoegd over de wijze van uitbetaling te oordelen.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de officier van justitie wordt veroordeeld in de proceskosten van € 283,25.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 272156359
zaaknummer: 11967750 BU VERZ 25-2370
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 april 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [plaats]
(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl).

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een andere rijrichting volgen dan de verplichte rijrichting (bord D5)’, verricht op 23 februari 2025, om 07:35 uur, op de Kreupelstraat in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 23 april 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. F. Buddingh.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij verklaart het beroep gegrond en kent een proceskostenvergoeding van € 283,25 toe
.De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde voert aan dat de verbalisant enkel het volgende verklaart: “De pijl op het bord D5 wees naar links.” Uit het dossier blijkt niet dat betrokkene in strijd met de verplichte rijrichting heeft gehandeld. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten op een specifiek rekeningnummer.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep gegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
5. De gronden slagen. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt niet dat betrokkene een verkeersovertreding heeft verricht. De kantonrechter acht het niet opportuun om een aanvullend proces-verbaal op te vragen. De vertegenwoordigster heeft hiervoor al voldoende gelegenheid gehad. De gedraging kan daarom niet worden vastgesteld.
6. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene. Hij zal twee punten toekennen met een waarde van € 666,00 voor het indienen van het administratief beroepschrift en het bijwonen van een hoorzitting. Daarnaast zal de kantonrechter één punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter met een waarde van € 934,00. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Omdat zowel de inleidende beschikking als de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 is bekendgemaakt, past hij de extra wegingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, onder a, van de Wahv toe op beide fasen. [1]
7. De berekening is als volgt: (2 (procespunten) x € 666,00 (tarief) + 1 (procespunt) x € 934,00 (tarief)) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 283,25. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 283,25.
8. Artikel 13a, vijfde lid, van de Wahv regelt dat uitbetalingen op grond van een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de boete is opgelegd. Gelet op de jurisprudentie is de kantonrechter niet bevoegd om over deze feitelijke uitvoering van zijn beslissing een oordeel te geven. [2]

Conclusie

De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
- vernietigt die beslissing;
- verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
- vernietigt die inleidende beschikking;
- bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt;
- veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 283,25;
- verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de wijze van uitbetalen.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 4, onderdeel a, van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm.
2.Hof Arnhem-Leeuwarden 17 juni 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4051.