Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Leeuwarden
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker diende op 2 juli 2025 een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp), ingediend door Kredietbank Nederland. Tijdens de zitting van 21 januari 2026 verscheen verzoeker met zijn schuldhulpverlener, beschermingsbewindvoerder en sociaal werker. De rechtbank stelde het vonnis aanvankelijk uit om verzoeker de gelegenheid te geven aan te tonen dat zijn gokverslaving onder controle was, onder meer door behandelafspraken en bankafschriften te overleggen.
Uit de stukken en zitting bleek dat verzoeker een schuld van €19.345,17 had, ontstaan door onenigheid met zijn verhuurder en vervolgens door gok- en blowgedrag. Sinds 25 september 2025 staat hij onder beschermingsbewind. De schuldhulpverlener en beschermingsbewindvoerder bevestigden dat verzoeker niet meer gokt en financieel stabiel is. Hoewel verzoeker niet te goeder trouw was ten aanzien van een deel van de schulden, oordeelde de rechtbank dat de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro van toepassing is, omdat verzoeker zijn verslavingsproblematiek onder controle heeft gekregen.
De rechtbank achtte de gedragsverandering voldoende duurzaam, ondanks dat de vereiste periode van een jaar nog niet was bereikt, en wees het verzoek toe. De Wsnp-termijn werd vastgesteld op 18 maanden vanaf de datum van het vonnis. Verzoeker had niet verzocht om een eerdere ingangsdatum en de rechtbank zag geen aanleiding deze te bepalen. Tot slot benoemde de rechtbank een rechter-commissaris en bewindvoerder en gaf de bewindvoerder last tot het openen van aan verzoeker gerichte post.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt toegewezen met een termijn van 18 maanden, ondanks gokgerelateerde schulden, op grond van een geslaagd beroep op de hardheidsclausule.