Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Leeuwarden
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker heeft op 16 maart 2026 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Tijdens de zitting op 6 mei 2026 zijn diverse betrokkenen gehoord, waaronder de beschermingsbewindvoerder en schuldhulpverlener. Uit het dossier blijkt dat verzoeker in financiële problemen is gekomen door misbruik van zijn identiteit en bedrijfsactiviteiten, gevolgd door dakloosheid en gezondheidsproblemen.
De rechtbank constateert dat verzoeker niet te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek, wat normaal gesproken tot weigering leidt. Echter, op grond van de hardheidsclausule (artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro) kan de Wsnp toch worden toegewezen indien aannemelijk is dat verzoeker de oorzaken van zijn schulden onder controle heeft gekregen. De rechtbank oordeelt dat dit het geval is, mede door beëindiging van bedrijfsactiviteiten en onderbewindstelling.
Verder is vastgesteld dat het minnelijk traject niet correct is doorlopen, omdat alleen de grootste schuldeiser een voorstel kreeg, maar gezien de omstandigheden waaronder verzoeker dakloos was, acht de rechtbank dit niet doorslaggevend. De ingangsdatum van de Wsnp wordt vastgesteld op 1 januari 2026, omdat verzoeker vanaf die datum aan afdracht- en inspanningsplicht heeft voldaan. De regeling duurt 18 maanden en eindigt op 1 juli 2027.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de Wsnp wordt toegewezen met ingangsdatum 1 januari 2026 en een looptijd van 18 maanden.