Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Meppel waarin hun bezwaar ongegrond werd verklaard. Het college trok het bestreden besluit op 4 mei 2026 in, omdat verzoekers wel als belanghebbenden werden aangemerkt. Naar aanleiding hiervan trokken verzoekers hun beroep in tijdens een digitale zitting op 7 mei 2026.
De rechtbank beoordeelde het verzoek van verzoekers om het college te veroordelen in de proceskosten. Het college erkende een vergoeding voor de eerste zitting en het griffierecht, maar betwistte vergoeding voor de tweede zitting vanwege het niet uitnodigen van een derde-belanghebbende en het feit dat verzoekers het beroep eerder hadden kunnen intrekken.
De rechtbank oordeelde dat het college aan verzoekers is tegemoetgekomen door het besluit in te trekken en dat verzoekers het beroep niet eerder redelijkerwijs konden intrekken. De vergoeding voor de tweede zitting werd volledig toegekend, omdat het forfaitaire stelsel geen gedeeltelijke punten kent voor deze situatie. Het college werd veroordeeld tot betaling van € 2.802 aan proceskosten en het griffierecht van € 385.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.S. Broere op 19 mei 2026 en is openbaar. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.