Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1978

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
C/17/23/24 R
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • T.P. Hoekstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 356 FwArt. 358 lid 1 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling met schone lei na verlening ontheffing sollicitatieplicht

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 30 april 2026 uitspraak gedaan in de zaak van een schuldenaar die sinds 11 april 2023 onder een schuldsaneringsregeling viel. Tijdens een verificatievergadering in maart 2026 bracht de bewindvoerder verslag uit over de beëindiging van de regeling. De rechter-commissaris droeg voor om de regeling te beëindigen, maar stelde een aanhouding in om de schuldenaar de kans te geven ontbrekende stukken aan te leveren.

De kern van het geschil betrof het niet volledig nakomen van de inspanningsverplichting, met name het niet aanleveren van sollicitatiebewijzen en onvoldoende onderbouwing voor een ontheffing van de sollicitatieplicht. De schuldenaar verklaarde dat hij door een herseninfectie en ziekenhuisopnames niet in staat was tijdig stukken te overleggen, maar was bereid deze alsnog te leveren.

De rechter-commissaris verleende op 10 april 2026 met terugwerkende kracht een ontheffing van de sollicitatieplicht. De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar hiermee alsnog aan zijn verplichtingen had voldaan en besloot de schuldsaneringsregeling met schone lei te beëindigen. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld op €2.844,45 inclusief onkosten en omzetbelasting.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling met schone lei na verlening van een ontheffing van de sollicitatieplicht met terugwerkende kracht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
zaaknummer: C/17/23/24 R

vonnis van 30 april 2026

in de zaak van:
[schuldenaar], geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen de schuldenaar,
bewindvoerder: [bewindvoerder] .

PROCESGANG

Bij vonnis van deze rechtbank van 11 april 2023 is ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.
Op 5 maart 2026 heeft een verificatievergadering inzake de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar plaatsgevonden.
Door de bewindvoerder is op 16 maart 2026 schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
De rechter-commissaris heeft de rechtbank voorgedragen de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
De zaak is behandeld ter zitting van 8 april 2026 alwaar de schuldenaar, de bewindvoerder en namens de beschermingsbewindvoerder [beschermingsbewindvoerder] zijn verschenen en gehoord.
De rechtbank heeft de beslissing vervolgens aangehouden voor de duur van ten hoogste vier weken.
Vonnis is bepaald op heden.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank dient te beoordelen of de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. In geval van een toerekenbare tekortkoming zal de rechtbank vervolgens beoordelen of dat tot de beëindiging van de schuldsaneringsregeling moet leiden onder onthouding van “de schone lei”.
Uit de verslagen van de bewindvoerder en de voordracht van de rechter-commissaris is gebleken dat de schuldenaar grotendeels heeft voldaan aan de verplichtingen voortvloeiende uit de schuldsaneringsregeling. Het enige punt wat een beëindiging met een schone lei in de weg staat is het niet geheel nakomen van de inspanningsverplichting door de schuldenaar. De schuldenaar heeft gesteld dat hij vanwege psychische klachten niet in staat te zijn om (fulltime) arbeid te verrichten, maar heeft voor het verlenen van een ontheffing door de rechter-commissaris onvoldoende onderliggende stukken aangeleverd. Daarnaast heeft de schuldenaar over de periode april 2025 t/m juni 2025 überhaupt geen sollicitatiebewijzen aangeleverd.
Ter zitting heeft de schuldenaar verklaard dat hij ten tijde van het moeten aanleveren van de stukken ter onderbouwing van de verzochte ontheffing van de sollicitatieplicht in een kort tijdsbestek tot tweemaal toe voor een dikke week in het ziekenhuis heeft gelegen. De schuldenaar kampt met een herseninfectie, welke met antibiotica grotendeels onder controle is, maar dat hij hier nog dagelijks hinder van ondervindt in de vorm van veel hoofd- en nekpijn. De schuldenaar erkent dat dit geen excuus mag zijn, maar de ziekenhuis opnames hebben wel degelijk invloed gehad op het aanleveren van de verzochte stukken. De schuldenaar heeft aangeven de ontbrekende stukken alsnog aan te willen en kunnen leveren die nodig zijn voor een ontheffing van de sollicitatieplicht.
De bewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat de schuldenaar haar onlangs heeft geïnformeerd over de ziekenhuisopnames en dat zij begrijpt dat dit invloed heeft gehad op het aanleveren van de verzochte stukken. Door het niet aanleveren van de onderbouwende stukken heeft de rechter-commissaris het op 12 maart 2026 ingediend verzoek tot ontheffing van de sollicitatieplicht afgewezen. De bewindvoerder heeft aangegeven dat als de schuldenaar alsnog de onderbouwende stukken gaat aanleveren zij een nieuw verzoek tot ontheffing van de sollicitatieplicht wil voorleggen aan de rechter-commissaris.
De rechtbank heeft vervolgens de behandeling ter zitting aangehouden voor de duur van ten hoogste vier weken teneinde de schuldenaar in de gelegenheid te stellen om alsnog de onderbouwende stukken die benodigd zijn voor het verkrijgen van een ontheffing van de sollicitatieplicht in te dienen.
De rechter-commissaris heeft op 10 april 2026 de schuldenaar met terugwerkende kracht een ontheffing van de sollicitatieplicht verleend.
Gelet op bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de schuldenaar alsnog heeft voldaan aan zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. De rechtbank zal derhalve de schuldsaneringsregeling met ‘schone lei’ beëindigen.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder vaststellen. De vergoeding voor de bewindvoerder is berekend op € 2.844,45 (inclusief onkosten en omzetbelasting). Voor zover actief aanwezig is, kan de bewindvoerder de vergoeding als salaris opnemen. Voor zover de kosten van het griffierecht ad € € 820,00 voor het deponeren van de slotuitdelingslijst niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.
Ingevolge artikel 356 lid 2 van Pro de Faillissementswet (Fw) zal de schuldsaneringsregeling van rechtswege geëindigd zijn, zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Alsdan zijn de vorderingen die vallen onder de werking van de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar krachtens artikel 358 lid 1 Fw Pro niet langer afdwingbaar.

BESLISSING

De rechtbank:
­ beëindigt de schuldsaneringsregeling;
­ stelt vast dat de schuldenaar zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is nagekomen;
­ stelt het salaris voor de bewindvoerder, inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op
€ 2.844,45.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.P. Hoekstra en in het openbaar uitgesproken op
30 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.