Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1981

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
C/18/24/338 R
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • T.P. Hoekstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering beëindiging schuldsaneringsregeling wegens boedelachterstand en verlenging looptijd

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 15 april 2026 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar die sinds 2 oktober 2024 van toepassing is. De bewindvoerder rapporteerde op 23 december 2025 over de beëindiging van de regeling, waarna op 19 februari 2026 een verificatievergadering plaatsvond. De rechter-commissaris droeg beëindiging voor, maar de rechtbank moest beoordelen of de schuldenaar toerekenbaar tekort was geschoten.

Uit de stukken bleek een boedelachterstand van ongeveer €2.700, mede veroorzaakt door een onterechte correctie in het vrij te laten bedrag voor kosten van beschermingsbewind, aangezien deze kosten door bijzondere bijstand van de gemeente worden gedekt. De bewindvoerder en beschermingsbewindvoerder gaven aan dat de achterstand binnen drie maanden kan worden voldaan. De schuldenaar stemde in met verlenging van de regeling.

De rechtbank oordeelde dat de regeling nog niet kan worden beëindigd zolang de boedelachterstand bestaat. Daarom werd de looptijd met drie maanden verlengd. Vanaf 2 april 2026 hoeft de schuldenaar alleen het salaris van de bewindvoerder te betalen en wordt hij ontheven van de verplichting om het meerdere van zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag aan de boedel af te dragen, zodat hij de achterstand kan wegwerken.

De rechtbank stelde de totale looptijd van de regeling vast op 21 maanden vanaf de dag van uitspraak. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De rechtbank weigert de beëindiging van de schuldsaneringsregeling vanwege een boedelachterstand en verlengt de looptijd met drie maanden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
zaaknummer: C/18/24/338 R

vonnis van 15 april 2026

[schuldenaar], geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen de schuldenaar,
bewindvoerder: [bewindvoerder] .

PROCESGANG

Bij vonnis van deze rechtbank van 2 oktober 2024 is ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.
Door de bewindvoerder is op 23 december 2025 schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Op 19 februari 2026 heeft een verificatievergadering inzake de schuldsaneringsregeling van de schuldenares plaatsgevonden.
De rechter-commissaris heeft de rechtbank voorgedragen de schuldsaneringsregeling te
beëindigen.
De zaak is behandeld ter zitting van 8 april 2026, alwaar zijn verschenen en gehoord:
- de heer [schuldenaar] , de schuldenaar;
- mevrouw [naam] , namens [bewindvoerder] , bewindvoerder;
- mevrouw [beschermingsbewindvoerder] , beschermingsbewindvoerder van de schuldenaar.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank dient te beoordelen of de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. Ingeval van een toerekenbare tekortkoming zal de rechtbank vervolgens beoordelen of dat tot de beëindiging van de schuldsaneringsregeling moet leiden onder onthouding van ‘de schone lei’.
Uit de verslagen van de bewindvoerder, de voordracht van de rechter-commissaris en het verhandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van een boedelachterstand van afgerond
€ 2.700,00. In de berekening van het vrij te laten bedrag (per januari 2025 en juli 2025) is rekening gehouden met de kosten van het beschermingsbewind. Echter heeft deze correctie ten onrechte plaatsgevonden aangezien de schuldenaar vanuit de gemeente bijzondere bijstand ontvangt voor de kosten van het beschermingsbewind.
Ter zitting heeft de bewindvoerder en de beschermingsbewindvoerder aangegeven dat de aanwezige boedelachterstand binnen drie maanden voldaan kan worden. De schuldenaar heeft ter zitting ingestemd met een verlenging van de looptijd van zijn schuldsaneringsregeling.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de schuldsaneringsregeling thans nog niet beëindigd kan worden nu er nog sprake is van een schuld aan de boedel.
De rechtbank zal de duur van de schuldsaneringsregeling verlengen met drie maanden om zo de schuldenaar in de gelegenheid te stellen de aanwezige boedelachterstand weg te werken.
De schuldenaar zal vanaf 2 april 2026 worden ontheven van zijn verplichting om het meerdere van zijn maandelijkse inkomen, boven het vrij te laten bedrag, aan de boedel af te dragen, zodat hij het meerdere kan aanwenden voor het wegwerken van de boedelachterstand. Wel dient de schuldenaar het salaris van de bewindvoerder na 2 april 2026 te betalen.

BESLISSING

De rechtbank:
- weigert de beëindiging van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenares;
- stelt de termijn waarop de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar van toepassing is vast op eenentwintig maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, die dag daaronder begrepen;
- bepaalt dat schuldenaar vanaf 2 april 2026 wordt ontheven van zijn verplichting om het meerdere van zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag aan de boedel af te dragen, met uitzondering van het bewindvoerderssalaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.P. Hoekstra, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.