Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
1.De procedure
2.Het verzoek
3.Het verweer
3.De beoordeling
4.De beslissing
Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker heeft bij de rechtbank een voorlopige voorziening gevraagd om de ontruiming van zijn huurwoning te schorsen, omdat hij een minnelijke schuldregeling met zijn schuldeisers wil treffen en anders toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) zal verzoeken. De verhuurder dreigde met ontruiming op 11 maart 2026.
De rechtbank heeft op 27 februari 2026 een tussenvonnis gewezen en een tijdelijke voorziening getroffen. Op de zitting van 9 april 2026 is gebleken dat verzoeker de huur sinds het tussenvonnis volledig heeft betaald en dat hij budgetbeheer heeft bij de Gemeentelijke Kredietbank. Tevens is aangekondigd dat een spoedaanvraag voor beschermingsbewind zal worden ingediend.
De verhuurder heeft verklaard geen bezwaar meer te hebben tegen toewijzing van het verzoek vanwege deze spoedaanvraag. De rechtbank wijst het verzoek toe voor een periode van maximaal zes maanden vanaf 27 februari 2026, onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig en volledig worden voldaan. De voorziening vervalt bij intrekking van het Wsnp-verzoek of bij een definitieve beslissing daarop.
De rechtbank bepaalt tevens dat de huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening en dat de schuldhulpverlener uiterlijk vier weken voor het einde van de voorziening verslag uitbrengt aan de rechtbank.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot voorlopige voorziening toe en schorst de ontruiming van de huurwoning voor maximaal zes maanden onder de voorwaarde van tijdige huurbetaling.