Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:1993

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
26 april 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
C/18/24/348 R
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • T.P. Hoekstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 356 lid 2 FwArt. 358 lid 1 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling met schone lei na voldoening boedelachterstand

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 30 april 2026 uitspraak gedaan in de zaak van een schuldenaar die onder een schuldsaneringsregeling viel sinds 9 oktober 2024. De bewindvoerder bracht op 5 februari 2026 verslag uit over de beëindiging van de regeling. Tijdens een verificatievergadering op 12 maart 2026 en een zitting op 8 april 2026 werd vastgesteld dat er nog een boedelachterstand van €2.818,63 en nieuwe schulden van €344,00 bij de Belastingdienst openstonden.

De schuldenaar gaf aan dat een kennis bereid was deze bedragen te voldoen, hetgeen door de bewindvoerder werd ondersteund. De rechtbank stelde de behandeling uit om de schuldenaar de gelegenheid te geven de achterstanden te voldoen. Op 16 april 2026 meldde de bewindvoerder dat de volledige boedelachterstand en nieuwe schulden waren voldaan en verzocht om beëindiging van de regeling met schone lei.

De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar aan zijn verplichtingen had voldaan en beëindigde de schuldsaneringsregeling met schone lei. Het salaris van de bewindvoerder zal bij nadere beschikking worden vastgesteld. De rechtbank bepaalde tevens dat de griffierechten, indien niet uit de boedel voldaan, ten laste van de Staat komen. De regeling eindigt van rechtswege zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, waarna de schulden niet langer afdwingbaar zijn.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling met schone lei nadat de boedelachterstand en nieuwe schulden zijn voldaan.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
zaaknummer: C/18/24/348 R

vonnis van 30 april 2026

in de zaak van:
[schuldenaar], geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen de schuldenaar,
bewindvoerder: [bewindvoerder] .

PROCESGANG

Bij vonnis van deze rechtbank van 9 oktober 2024 is ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.
Door de bewindvoerder is op 5 februari 2026 schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Op 12 maart 2026 heeft een verificatievergadering inzake de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar plaatsgevonden.
De rechter-commissaris heeft de rechtbank voorgedragen de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
De zaak is behandeld ter zitting van 8 april 2026, alwaar de schuldenaar, de bewindvoerder en de heer [naam] , kennis van de schuldenaar, zijn verschenen en gehoord.
De rechtbank heeft de beslissing vervolgens aangehouden voor de duur van ten hoogste vier weken.
Vonnis is bepaald op heden.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank dient te beoordelen of de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. In geval van een toerekenbare tekortkoming zal de rechtbank vervolgens beoordelen of dat tot de beëindiging van de schuldsaneringsregeling moet leiden onder onthouding van “de schone lei”.
Uit de verslagen van de bewindvoerder, de voordracht van de rechter-commissaris en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de schuldenaar nog voor € 344,00 aan nieuwe schulden heeft openstaan bij de Belastingdienst en dat er sprake is van een achterstand in de verplichte boedelafdracht van € 2.818,63.
Ter zitting heeft de schuldenaar aangegeven dat een kennis van hem de boedelachterstand alsook de openstaande nieuwe schulden bij de Belastingdienst voor hem wil voldoen.
De bewindvoerder heeft ter zitting meegedeeld zich met de voorgestelde oplossing ter voldoening van de boedelachterstand en de nieuwe schulden bij de Belastingdienst te kunnen instemmen. De bewindvoerder heeft voorts aangegeven dat de voorgestelde oplossing binnen afzienbare tijd gerealiseerd kan worden. De bewindvoerder zal de rechtbank gaan berichten zodra de boedelachterstand en de nieuwe schulden zijn voldaan door de schuldenaar.
De rechtbank heeft vervolgens de behandeling ter zitting aangehouden voor de duur van ten hoogste vier weken teneinde de schuldenaar in de gelegenheid te stellen om de boedelachterstand en nieuwe schulden bij de Belastingdienst te voldoen.
Op 16 april 2026 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht dat de schuldenaar de volledige boedelachterstand en de nieuwe schulden bij de Belastingdienst heeft voldaan. De bewindvoerder heeft verzocht om de schuldsaneringsregeling thans te gaan beëindigen met het verlenen van de schone lei aan de schuldenaar.
Gelet op bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de schuldenaar alsnog heeft voldaan aan zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. De rechtbank zal derhalve de schuldsaneringsregeling met ‘schone lei’ beëindigen.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder bij nadere beschikking gaan vaststellen.
Voor zover de kosten van het griffierecht ad € 820,00 voor het deponeren van de slotuitdelingslijst niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.
Ingevolge artikel 356 lid 2 van Pro de Faillissementswet (Fw) zal de schuldsaneringsregeling van rechtswege geëindigd zijn, zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Alsdan zijn de vorderingen die vallen onder de werking van de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar krachtens artikel 358 lid 1 Fw Pro niet langer afdwingbaar.

BESLISSING

De rechtbank:
­ beëindigt de schuldsaneringsregeling;
­ stelt vast dat de schuldenaar zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is nagekomen;
­ bepaalt dat het salaris voor de bewindvoerder bij nadere beschikking wordt vastgesteld.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.P. Hoekstra en in het openbaar uitgesproken op
30 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.