Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 januari 2026 in de zaak tussen
[verzoeker 1], uit Groningen
(gemachtigde: [verzoeker 1])
Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: - VanWonen Projecten B.V. uit Zwolle, de vergunninghouder(gemachtigde: mr. M.H. Blokvoort)- Stadshavens B.V. uit Groningen, de derde-belanghebbende(gemachtigde: A. Roubos).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Wat zijn de feiten en omstandigheden van dit geval?
De aanvraag ziet op het vellen van bomen met nummers 22, 45, 62, 64, 66, 67, 86, 482 en 485 zoals die bomen zijn aangeduid in de BEA. Boom 22 is een Zwarte Els. Bomen 45, 62, 64, 66 en 67 zijn Italiaanse populieren. Boom 86 is een Rode Esdoorn. Boom 482 is een Kraakwilg. Boom 485 is een Zomereik.
Het college bestrijdt dat geen adequate belangenafweging heeft plaatsgevonden. In het bestreden besluit is aangegeven dat behoud van groen het uitgangspunt is van het gemeentelijk beleid. De aanwezigheid van groen is van belang voor onder andere ecologie en klimaat. Ook omwonenden hebben voordeel bij groen in de buurt. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een kapactiviteit hanteert het college de regel ‘nee, tenzij…’. Volgens het college betekent dat niet dat het college nooit een vergunning kan verlenen. Bij elke aanvraag moet een belangenafweging worden gemaakt. In de BEA, inclusief de aanvullende onderbouwing, is uiteengezet dat er een forse opgave ligt voor het realiseren van 3.300 woningen en bijbehorende voorzieningen op een relatief klein stukje stad. Dit maakt dat er voor iedere vierkante meter lastige afwegingen gemaakt moeten worden om tot een leefbare nieuwe wijk te komen die voldoet aan landelijke en gemeentelijke eisen op de verschillende thema’s.
artikel 4:11, eerste lid, van de APGV en artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke regelgeving
Basisvoorwaarden:
.Het college toetst voor het criterium ‘dringende reden’ de volgende aspecten:
9. Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een vastgestelde Boom Effect Analyse (BEA) bij te voegen zoals opgesteld volgens de richtlijn BEA, opgesteld door de landelijke Bomenstichting en CROW. Deze BEA moet conform deze richtlijn worden opgesteld vanaf de initiatieffase als een doorlopend advies.