Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2114

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
C 18/256246 KG RK 26/311
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 37 RvArtikel 4 Wrakingsprotocol rechtbank Noord-Nederland
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kennelijk ongegrond verklaard wrakingsverzoek tegen rechter in civiele procedure

De wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland behandelde op 13 mei 2026 een wrakingsverzoek van een verzoeker tegen mr. G. Laman, rechter in dezelfde rechtbank. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen was en procedurele fouten maakte, zoals het niet ondervragen van belangrijke informanten en het niet honoreren van een uitstelverzoek. Tevens werd aangevoerd dat de rechter het morele kompas van de kinderrechter zou manipuleren.

De rechter reageerde schriftelijk en gaf aan dat uit het verzoek geen feiten of omstandigheden blijken die de onpartijdigheid kunnen schaden. De wrakingskamer overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden. Het verzoek ontbeerde concrete feiten of zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.

De wrakingskamer stelde vast dat de aangevoerde procesbeslissingen niet als blijk van vooringenomenheid kunnen worden gezien, mede vanwege het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en werd de zaak voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het verzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is kennelijk ongegrond verklaard en de zaak wordt voortgezet.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Wrakingskamer
zaaknummer: C 18/256246 KG RK 26/311
Beslissing van 13 mei 2026
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. G. Laman,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 4 mei 2026;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 7 mei 2026.
1.2
Verzoeker heeft na het indienen van het wrakingsverzoek een grote hoeveelheid stukken aan de griffie van de rechtbank, locatie Assen, toegestuurd. De wrakingskamer heeft deze stukken retour gestuurd nu alle feiten of omstandigheden en alle gronden voor het wrakingsverzoek tegelijk moeten worden voorgedragen. [1]

2.Het wrakingsverzoek

2.1
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de behandeling van de zaak met
zaaknummer [nummer].
2.2
In zijn schriftelijke verzoek tot wraking heeft verzoeker – onder meer en
samengevat – aangegeven dat met opzet ernstige procedurele fouten worden gemaakt, doordat belangrijke informanten niet worden ondervraagd. Ook geeft verzoeker aan dat de rechter vooringenomen is jegens de moeder, nu de moeder geen enkele rechtsbescherming heeft gekregen. Hiertoe heeft verzoeker aangegeven dat de moeder een dag voor de zitting van 3 maart 2026 een advocaat heeft toegewezen gekregen, maar dat deze advocaat haar verweer niet heeft ingebracht tijdens de zitting. Ten slotte heeft verzoeker aangegeven dat er wordt gespeeld met het morele kompas van de kinderrechter door een nadere zienswijze als narratief voor te schotelen. Hierdoor is het niet vanzelfsprekend dat het recht wordt toegepast door het maken van zorgvuldige afwegingen.
2.3
De rechter heeft in haar schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek – onder meer en samengevat – aangegeven dat uit het ingediende verzoekschrift niet blijkt van feiten of omstandigheden die de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden. Voor zover verzoeker heeft gemeend dat sprake is van vooringenomenheid omdat de rechter de eerdere voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing heeft afgegeven deelt de rechter dit standpunt niet. Hiertoe heeft de rechter aangegeven dat een nieuw verzoek op de eigen merites wordt beoordeeld en dat hierbij een nieuwe inhoudelijke afweging zal plaatsvinden.

3.De beoordeling

3.1
Naar het oordeel van de wrakingskamer is sprake van een kennelijk ongegrond verzoek en daarom laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, sub a, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank. Hierna legt de wrakingskamer uit hoe zij tot deze beslissing is gekomen.
3.2
Op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een rechter alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn. Dit lijdt slechts uitzondering indien zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij de verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.3
De wrakingskamer overweegt dat aan het verzoek tot wraking geen concrete feiten of omstandigheden ten grondslag zijn gelegd waaruit de vooringenomenheid van de rechter, of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, kunnen worden afgeleid.
3.4
Voor zover verzoeker heeft gesteld dat sprake is van vooringenomenheid van de rechter nu belangrijke informanten niet zijn ondervraagd en de rechter een uitstelverzoek van de zitting niet heeft gehonoreerd overweegt de wrakingskamer dat dit evenmin kan leiden tot de conclusie dat de rechter vooringenomen is. Hiertoe overweegt de wrakingskamer dat het gaat om processuele beslissingen en dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen zich ertegen verzet dat een processuele (tussen)beslissing of de motivering daarvan grond kan vormen voor wraking. Dit is slechts anders indien de motivering van de procesbeslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven. Dit laatste is naar het oordeel van de wrakingskamer in het onderhavige geval niet aannemelijk geworden.
3.5
Gelet op het bovenstaande is de wrakingskamer van oordeel dat het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond is.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
  • verklaart het verzoek tot wraking ongegrond;
  • bepaalt dat de zaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking bevond;
  • beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan:
  • verzoeker;
  • de rechter; en
  • aan de andere partij in de hoofdprocedure.
Deze beslissing is gegeven door mr. Th. A. Wiersma, voorzitter, mr. M.A.M. Wolters en
mr. L. Mulder, rechters in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.I. Havinga en in openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.
de griffier de voorzitter
(de griffier is buiten staat deze beslissing
mede te ondertekenen)
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Artikel 37, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.