ECLI:NL:RBNNE:2026:212

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
C/18/26/7 F
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Verordening 1346/2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Faillissementsverklaring Residential Living B.V. wegens ontbreken rechtsgeldige ontbinding

De rechtbank Noord-Nederland behandelde het faillissementsverzoek van Residential Living B.V., waarbij verzoekers stelden dat de vennootschap niet rechtsgeldig was ontbonden ondanks een ingeschreven turboliquidatie. Uit de overgelegde stukken, waaronder correspondentie met de enige aandeelhouder Stichting Management & Beheer SFH, bleek dat geen rechtsgeldig besluit tot ontbinding was genomen.

De rechtbank oordeelde dat de turboliquidatie geen effect had gesorteerd en dat de vennootschap niet was opgehouden te bestaan. Vervolgens werd vastgesteld dat Residential Living B.V. niet meer betaalde, wat voldoet aan de faillissementsvoorwaarden. De rechtbank verklaarde de vennootschap daarom in staat van faillissement.

De zaak werd doorverwezen naar de rechtbank Noord-Holland vanwege de feitelijke vestiging van de onderneming en bestuurder in Den Helder. De rechtbank benoemde een rechter-commissaris en curator en bepaalde dat de verdere behandeling door de rechtbank Noord-Holland zal plaatsvinden.

Uitkomst: Residential Living B.V. wordt failliet verklaard wegens het ontbreken van een rechtsgeldig besluit tot ontbinding.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
zaaknummer: C/18/26/7 F

vonnis d.d. 13 januari 2026

in de zaak van:
1. [verzoeker sub 1] ,wonende te [plaats] ,
2. [verzoeker sub 2]wonende te [plaats] ,
verzoekende partijen,
advocaat: mr. T.M. Vollbehr,
tegen:
Residential Living B.V.,
statutair gevestigd te Leeuwarden,
kantoorhoudende te Fazantenstraat 62, 1781 XM Den Helder,
KvK-nummer 83632174,
verwerende partij.

PROCESGANG

De verzoekende partijen hebben ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend. Het verzoek strekt er toe dat de rechtbank de verwerende partij in staat van faillissement zal verklaren.
De behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden in raadkamer van
13 januari 2026 van deze rechtbank. Namens de verzoekende partijen is mr. T.M. Vollbehr verschenen. Hoewel op deugdelijke wijze opgeroepen, is de verwerende partij niet verschenen.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3, eerste lid van Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie betreffende insolventieprocedures bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu naar haar oordeel het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenares in Nederland ligt.
Verzoekers hebben erop gewezen dat in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel staat vermeld dat verweerder is uitgeschreven uit het handelsregister per 10 oktober 2025. Het KvK-uittreksel vermeldt: “
Op 10 oktober 2025 is geregistreerd dat de ontbonden rechtspersoon is opgehouden te bestaan omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn met ingang van 30-09-2025”.
Verzoekers stellen, onder overlegging van diverse bescheiden, dat weliswaar een zogenoemde turboliquidatie is ingeschreven in het handelsregister, maar dat de besloten vennootschap in werkelijkheid niet is ontbonden omdat een rechtsgeldig besluit tot ontbinding van de aandeelhouder ontbreekt. Ter onderbouwing van deze stelling heeft de advocaat van verzoekers e-mail correspondentie overgelegd die zij heeft gevoerd met de bestuurder van Stichting Management & Beheer SFH, welke stichting sinds 19 maart 2025 de enige aandeelhouder is van verweerder. Uit deze mail correspondentie volgt dat Stichting Management & Beheer SFH geen besluit tot ontbinding van verweerder heeft genomen.
De rechtbank is van oordeel dat op grond van de overgelegde statuten, het uittreksel uit het handelsregister en de correspondentie met de aandeelhouder genoegzaam is gebleken dat geen rechtsgeldig besluit tot ontbinding van verweerder is genomen, zodat de besloten vennootschap niet is opgehouden te bestaan. De beoogde turboliquidatie heeft geen effect gesorteerd omdat niet het daartoe vereiste rechtsgeldige aandeelhoudersbesluit is genomen. De rechtbank komt daarmee toe aan de verdere beoordeling van het faillissementsverzoek.
Uit hetgeen door of namens de verzoekende partijen is aangevoerd, en de door hen overgelegde steunvorderingen, is summierlijk gebleken dat de verzoekende partijen een vorderingsrecht hebben, en dat de verwerende partij in de toestand verkeert van te hebben opgehouden te betalen. Hiermee is voldaan aan de voorwaarden om de verwerende partij in staat van faillissement te verklaren.
De rechtbank stelt voorts vast dat de verwerende partij statutair gevestigd is in Leeuwarden, en dit valt onder het arrondissement Noord-Nederland. De rechtbank ziet evenwel aanleiding de zaak te verwijzen naar de rechtbank Noord-Holland omdat de onderneming van verweerder feitelijk gevestigd was in Den Helder en de bestuurder aldaar ook gevestigd is.
De rechtbank zal daarom beslissen als volgt.

BESLISSING

De rechtbank:
- verklaart
Residential Living B.V.om 14:59 uur in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris het lid van de rechtbank te Noord-Holland
mr. M.W. Koenis,
- stelt aan tot curator mr. M.V. Vermeij, advocaat te Alkmaar;
- geeft last aan voornoemde curator tot het openen van de aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen;
- bepaalt:
- dat de rechtbank Noord-Holland vanaf heden alle taken die de wet aan de rechtbank opdraagt zal vervullen, met uitzondering van die betreffende een verzet en/of hoger beroep;
- dat door de griffier een afschrift van dit vonnis en de overige op de zaak betrekking hebbende stukken per post aan de rechtbank Noord-Holland worden gezonden;
- dat de griffier van de rechtbank Noord-Holland wordt verzocht de ontvangst van genoemd vonnis en genoemde stukken en het overnemen van de behandeling van de zaak schriftelijk te bevestigen aan de griffier van deze rechtbank;
- dat de zaak nadat door de rechtbank Noord-Holland daaraan een dossiernummer is toegekend uitsluitend met dat nummer zal worden aangeduid;
- dat de curator alleen verslag behoeft uit te brengen aan de genoemde rechter-commissaris en dat alle betrokkenen zich vanaf heden uitsluitend zullen richten tot de rechtbank Noord-Holland dan wel benoemde rechter-commissaris te Noord-Holland;
- dat de rechtbank Noord-Nederland dit vonnis zal publiceren en dat alle verdere publicaties zullen worden verricht door de rechtbank te Noord-Holland.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. van Gessel en in het openbaar uitgesproken op
13 januari 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.