Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 mei 2026 in de zaak tussen
[verzoekers], uit [plaats 1], verzoekers
[vergunninghouder]uit [plaats 2], de vergunninghouder.
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Daarbij is van belang dat die vrees niet ziet op het aanleggen van de uitrit zelf. Verzoekers zijn het niet oneens met de uitrit, maar met de mogelijke gevolgen van (de uitvoering van) grondwerkzaamheden op de golfbaan. De omgevingsvergunning van 12 mei 2026 gaat echter niet over die grondwerkzaamheden. Die vergunning gaat ook niet over het gebruik van de weg waaraan verzoekers wonen. Niet gebleken is dat de werkzaamheden om de uitrit aan te leggen onomkeerbare gevolgen zullen hebben. Daarnaast geeft de vergunninghouder aan eerst in overleg met de naaste buren te willen treden om tot een goede uitvoering van het grondwerk te komen, voordat de wal op de golfbaan wordt aangelegd. Er is verder geen spoedeisend belang gelegen in de wens van verzoekers om juridische duidelijkheid te krijgen over het realiseren van de uitweg en mogelijke gevolgen daarvan. De onderhavige verzoekschriftprocedure is daarvoor niet bedoeld. Verzoekers kunnen die wens aan de orde stellen in de lopende bezwaarprocedure. In die procedure moet het college een volledige heroverweging maken, waarbij het college de nodige kennis over de relevante feiten en de af te wegen belangen vergaart. Niet valt in te zien dat de bezwaarprocedure in dit geval niet kan worden afgewacht.