Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2184

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
C/19/149413 / HA ZA 24-155
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 150 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering dekking door verzekeraar op grond van alcoholuitsluitingsclausule na aanvaring schip

Kitoenia Shipping B.V. vordert dat TVM Verzekeringen N.V. dekking verleent voor schade aan haar schip en derden na een aanvaring in een Duitse sluis. TVM weigert dekking op grond van een alcoholuitsluitingsclausule, omdat de stuurvrouw met een te hoog alcoholpromillage het schip bestuurde.

De rechtbank stelt vast dat de stuurvrouw inderdaad onder invloed was en dat de schade is ontstaan terwijl zij volgens wettelijke regels niet had mogen varen. Kitoenia betwist het causaal verband tussen alcoholgebruik en schade, maar slaagt er niet in dit voldoende te onderbouwen. De rechtbank volgt het Fjordenpaarden-arrest en oordeelt dat het ontbreken van een causaal verband niet leidt tot het buiten toepassing laten van de clausule.

Kitoenia kan ook geen beroep doen op de insluiting van de uitsluiting, omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar geen verwijt treft. Zij was op de hoogte van eerdere alcoholincidenten met de stuurvrouw en heeft onvoldoende maatregelen genomen. De vorderingen worden afgewezen en Kitoenia wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Kitoenia af en bevestigt dat de verzekeraar de dekking terecht weigert op grond van de alcoholuitsluitingsclausule.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Assen
Zaaknummer: C/19/149413 / HA ZA 24-155
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
KITOENIA SHIPPING B.V.,
te Groningen,
eisende partij,
hierna te noemen: Kitoenia,
advocaat: mr. P.E. van Dam,
tegen
TVM VERZEKERINGEN N.V.,
te Hoogeveen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: TVM,
advocaat: mr. P.A. den Haan.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van Kitoenia, aan TVM betekend op 8 oktober 2024;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;
- de brief van de rechtbank waarin is bepaald dat er een mondelinge behandeling zal plaatsvinden;
- de twee nadere producties van Kitoenia ten behoeve van de mondelinge behandeling;
1.2.
Op 3 juli 2025 heeft een mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. De advocaten van partijen hebben daarbij een pleitnota overgelegd en voorgedragen. De griffier heeft van dat wat er op de mondelinge behandeling nog meer gezegd is aantekeningen gemaakt. De rechtbank heeft vervolgens bepaald dat zij een vonnis zal wijzen.

2.De kern

2.1.
Kitoenia heeft haar motorvrachtschip ms. “ [het schip] ” (hierna: het schip) bij TVM verzekerd. Op 11 november 2023 is het schip tegen de gesloten sluisdeur van de rechterkolk van de sluis te Iffezheim (Duitsland) aangevaren. Niet alleen de sluisdeur is beschadigd geraakt maar ook het schip en misschien ook een ander schip dat in de sluis lag. Na melding van deze schade door Kitoenia heeft TVM geweigerd deze te dekken. Volgens TVM is er op grond van een alcoholclausule in de verzekeringsvoorwaarden namelijk geen dekking omdat de schade is ontstaan terwijl degene die het vaartuig bestuurde na gebruik van alcohol op grond van wettelijke regels niet mocht varen. Hoewel Kitoenia niet betwist dat haar stuurvrouw op dat moment een niet toegestane hoeveelheid alcohol in haar bloed had en zij dus niet mocht varen, is de schade volgens Kitoenia niet het gevolg daarvan en zou toepassing van de bedoelde clausule mede daarom achterwege moeten blijven. De alcoholclausule maakt een uitzondering (insluiting) op de uitsluiting als zij (Kitoenia) aannemelijk kan maken dat haar geen verwijt kan worden gemaakt. Volgens Kitoenia is dat het geval, omdat zij naar eigen zeggen niet wist dat de stuurvrouw een alcoholprobleem had en bij de aanvaring onder invloed van alcohol was. Daar denkt TVM om verschillende redenen anders over, onder andere omdat Kitoenia ermee bekend was dat de stuurvrouw in het verleden al tweemaal eerder bij politiecontroles positief op alcohol is getest. De rechtbank geeft TVM gelijk. De alcoholuitsluiting is van toepassing en Kitoenia heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar geen verwijt kan worden gemaakt.

3.De achtergrond

3.1.
Kitoenia is eigenaresse van het schip. De bestuurder van Kitoenia en schipper van het schip is de heer [bestuurder en schipper] (hierna: [bestuurder en schipper] ). Op het moment van de aanvaring was mevrouw [stuurvrouw] (de stuurvrouw) bij Kitoenia in dienst en had zij met [bestuurder en schipper] een affectieve relatie.
3.2.
Kitoenia hanteert met haar alcohol- en drugsbeleid een verbod voor de bemanning om alcohol (en drugs) te gebruiken tijdens de aanwezigheid aan boord. De stuurvrouw heeft zich met haar handtekening met dit beleid akkoord verklaard en daarmee ook om medewerking te verlenen aan een controle op alcohol door derden. Volgens het beleid wordt een bemanningslid onmiddellijk van zijn/haar functie ontheven en verwijderd van het schip als hij/zij bij een controle positief op alcohol wordt getest.
3.3.
Zo’n 3,5 jaar vóór de aanvaring, op 20 maart 2020, heeft de(zelfde) stuurvrouw aan het roer van het schip onder invloed van alcohol aanvaringsrisico’s in het leven geroepen door verrichte manoeuvres. Vanwege dat vaargedrag heeft de stuurvrouw in Duitsland een strafbevel uitgevaardigd gekregen en heeft [bestuurder en schipper] een boete ontvangen vanwege het laten besturen van het schip door iemand die daartoe door een te hoog alcoholpromillage niet in staat was. Kitoenia heeft destijds tegen de stuurvrouw gezegd dat dit de eerste en laatste keer is dat de stuurvrouw onder invloed aan boord werkzaam is. De stuurvrouw heeft toen toegezegd dat het niet meer zou gebeuren.
3.4.
Na dit eerste incident is de stuurvrouw in oktober 2021 nog een keer positief op alcohol getest, deze keer buiten haar werk om in het wegverkeer. Kitoenia (de heer [bestuurder en schipper] ) heeft naar eigen zeggen de stuurvrouw ook hier op aangesproken.
3.5.
Op de dag van de aanvaring in Iffezheim, heeft [bestuurder en schipper] rond 08.15 uur het roer aan de stuurvrouw overgedragen. Iets na 12:00 uur heeft hij haar in de stuurhut nog eenmaal gezien. [bestuurder en schipper] geeft aan dat hij op beide momenten niet heeft kunnen merken dat de stuurvrouw onder invloed van alcohol was (daar denkt TVM anders over). De aanvaring heeft daarna ongeveer om 14.15 uur plaatsgevonden. Op dat moment was alleen de stuurvrouw in de stuurhut. [bestuurder en schipper] was ergens anders op het schip. Het schip voer toen op een uitgezette koers met behulp van track pilot (een geautomatiseerd koerssysteem). Het schip is, zonder snelheid te minderen, tegen de sluisdeur aangevaren.
3.6.
Als eigenaresse van het sluizencomplex heeft de Bondsrepubliek Duitsland op 20 april 2024 beslag op het schip laten leggen tot zekerheid van vergoeding van de als gevolg van de aanvaring ontstane schade aan de sluis. Na toestemming van de Bondsrepubliek Duitsland vaart het schip weer vanaf 24 juli 2024 met handhaving van het beslag. De Bondsrepubliek Duitsland is in verband met dit schadevoorval in Duitsland een gerechtelijke procedure gestart tegen Kitoenia, de stuurvrouw en de heer [bestuurder en schipper] in persoon. [1] Een beslissing in die zaak is nog niet gegeven.
3.7.
Op 25 november 2024 is de stuurvrouw voor hetzelfde schadevoorval in Duitsland strafrechtelijk veroordeeld voor het nalatig in gevaar brengen van het scheepsvaartverkeer. De Duitse strafrechter heeft onder meer overwogen dat de stuurvrouw door het gebruik van alcohol in slaap gevallen is en dat het alcoholgebruik (en niet bijvoorbeeld een medische aandoening aan het hart) als oorzaak van de schade moet worden aangewezen. De stuurvrouw heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. Een beslissing in het hoger beroep moet nog worden afgewacht.

4.De vordering en de grondslag daarvan

4.1.
Na wijziging van eis vordert Kitoenia – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad;
voor recht verklaart dat TVM gehouden is dekking te verlenen;
TVM gebiedt om de schade te behandelen en de afwikkeling daarvan op zich te nemen en voor die schade ten behoeve van de schadelijdende partijen afdoende zekerheid te (doen) stellen, op straffe van een dwangsom;
voor recht verklaart dat TVM aansprakelijk is voor de schade die Kitoenia lijdt als gevolg van de weigering van TVM de schade te behandelen en af te wikkelen;
TVM veroordeelt tot betaling aan Kitoenia van een bedrag van € 315.479,65, vermeerderd met rente en een bedrag aan overige schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
met veroordeling van TVM in de (na)kosten van deze procedure, vermeerderd met rente.
4.2.
Kitoenia legt aan de vordering ten grondslag dat TVM op grond van de verzekeringsovereenkomst de onderhavige schade moet dekken. Het beroep door TVM op de alcoholclausule slaagt volgens Kitoenia niet en is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ook onaanvaardbaar. Doordat TVM dekking weigert en ook geen zekerheid wil stellen of een zakenfonds wil vormen, schiet zij volgens Kitoenia tekort in de nakoming van haar verplichting uit de verzekeringsovereenkomst. Zij moet daarom de schade die Kitoenia daardoor lijdt vergoeden.
Het gevorderde bedrag van € 315.479,65 is door Kitoenia als volgt opgebouwd:
- Cascoschade eigen schip: € 64.693,55 (rekening houdend met een eigen risico van € 1.500,00)
  • Gemiste vrachtinkomsten: € 208.492,00
  • Advocaatkosten
- Buitengerechtelijke incassokosten
€ 6.755,00
in totaal € 315.479,65
De schade aan de sluis is hierin niet meegenomen. De hoogte daarvan wil Kitoenia laten vaststellen in een schadestaatprocedure. Voorlopig is de hoogte van die schade volgens haar begroot op een bedrag van € 2.500.000,00. Wanneer Kitoenia het recht heeft de aansprakelijkheid voor de aanvaringsschade te beperken op grond van (ook) de Duitse wet en het CLNI [3] , is die aansprakelijkheid naar eigen zeggen in haar geval beperkt tot een bedrag van (circa) € 1.700.000,00. Daarnaast is nog niet meegenomen de eventuele schade aan een ander schip dat in de sluis lag, aldus Kitoenia, waarvoor zij eveneens een verwijzing naar de schadestaatprocedure verlangt.
4.3.
TVM concludeert tot afwijzing van de vordering met veroordeling van Kitoenia, uitvoerbaar bij voorraad, in de (na)kosten van deze procedure, vermeerderd met rente.
4.4.
Op de verdere feiten en de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

TVM mag dekking weigeren als de alcoholclausule van toepassing is
5.1.
Partijen zijn het erover eens dat TVM op basis van de verzekeringsovereenkomst de schade aan het schip en de schade die derden door de aanvaring op Kitoenia kunnen verhalen moet dekken, tenzij TVM met succes een beroep kan doen op de alcohol(uitsluitings)clausule in de verzekeringsvoorwaarden. Die bepaling luidt als volgt:
“Niet verzekerd is: schade ontstaan terwijl degene die het vaartuig bestuurt na gebruik van alcohol op grond van wettelijke regels niet mag varen of na gebruik van drugs of medicijnen niet in staat moet worden geacht aan het scheepvaartverkeer deel te nemen. Ook is er geen dekking als degene die het vaartuig bestuurt weigert mee te werken aan een adem- of urinetest of bloedproef.
Deze bepalingen gelden niet als u [lees: Kitoenia, toevoeging rechtbank] aannemelijk maakt dat u geen verwijt kan worden gemaakt, bijvoorbeeld omdat u niet op de hoogte was van het gebruik van deze middelen, dit niet wilde en dit niet kon voorkomen. [4] (onderstreping door rechtbank)
Het onderstreepte gedeelte is een beperking op de alcoholuitsluiting (oftewel: een insluiting). De rechtbank zal eerst motiveren waarom de uitsluiting (dat wil zeggen: het niet onderstreepte gedeelte) van toepassing is en vervolgens waarom de insluiting niet van toepassing is. Daarbij zal de rechtbank per onderdeel ook ingaan op het beroep van Kitoenia op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.
De uitsluiting in de alcoholclausule is van toepassing; de schade is ontstaan “terwijl” de stuurvrouw na gebruik van alcohol op grond van wettelijke regels niet mag varen
5.2.
Dat de schade is ontstaan “terwijl” de stuurvrouw na gebruik van alcohol op grond van wettelijke regels niet mag varen, blijkt uit wat beide partijen naar voren hebben gebracht. Zonder succes werpt Kitoenia aan de toepassing van de alcoholclausule tegen dat een causaal verband tussen het alcoholgebruik van de stuurvrouw en de ontstane schade ontbreekt.
5.3.
De rechtbank begint met de overweging (ten overvloede) dat Kitoenia het ontbreken van dit verband onvoldoende heeft onderbouwd. Omdat het schip zonder snelheid te minderen op basis van de uitgezette koers tegen de sluis is aangevaren is het niet onaannemelijk dat de stuurvrouw vóór de aanvaring bewusteloos is geraakt of in slaap is gevallen, zoals Kitoenia stelt (maar wat volgens TVM nog niet vaststaat). Maar de rechtbank acht het aannemelijk dat dit kwam door haar alcoholgebruik. Kitoenia wijst voor het bewustzijnsverlies de medische/fysieke toestand van de stuurvrouw als oorzaak aan. Het verslag van de cardioloog waarnaar zij verwijst, vermeldt alleen maar dat niet uitgesloten wordt dat er een verband is tussen haar bewustzijnsverlies en een hartziekte van de stuurvrouw en dat daarvoor nader onderzoek nodig is. Met TVM is de rechtbank van oordeel dat dit onvoldoende is om de medische/fysieke toestand als oorzaak aan te kunnen wijzen. De door Kitoenia aangekondigde uitkomst van dat nader onderzoek is uitgebleven. Voor het onderzoek is volgens Kitoenia meer tijd nodig, maar dat komt voor haar rekening en risico. Ook als het klopt, zoals Kitoenia zegt, dat het onderzoek nog tot eind 2026 loopt dan verzet de proceseconomie zich ertegen daar op te wachten. Temeer omdat de rechtbank op voorhand niet inziet dat bij een hartziekte van de stuurvrouw het alcoholgebruik niet (in overwegende mate) nog steeds (of misschien wel juist daardoor) aan het bewustzijnsverlies heeft bijgedragen. Het is een feit van algemene bekendheid dat alcohol tot vermoeidheid, slaap- en gezondheidsproblemen kan leiden. Niet gesteld of gebleken is dat de cardioloog is gevraagd wat hij van deze combinatie vindt en of hij dan nog steeds denkt dat de hartziekte de enige relevante oorzaak zou kunnen zijn.
5.4.
De tegenwerping van Kitoenia dat een causaal verband ontbreekt treft wat dat betreft überhaupt geen doel. De rechtbank licht dit toe. TVM heeft een dergelijke discussie (als hiervoor genoemd) over het bestaan of ontbreken van een causaal verband om goede redenen juist willen vermijden. Een schip moet niet worden bestuurd onder invloed van een niet toegestane hoeveelheid alcohol. Het gebruik van teveel alcohol in het verkeer is gevaarlijk, strafbaar en in beginsel niet verzekerbaar. Uit maatschappelijk oogpunt moet voorkomen worden dat een verkeersdeelnemer onnodig risico neemt door alcoholgebruik. Hier wordt afbreuk aan gedaan wanneer een verzekeraar zou moeten aantonen dat er een causaal verband tussen het alcoholgebruik en de schade bestaat. Uit haar stukken blijkt dat een dergelijke bedoeling van deze bepaling ook voor Kitoenia niet uit de lucht komt vallen, doordat zij zelf aangeeft dat de verzekeraar met “terwijl” niet hoeft aan te tonen dat de schade door de alcohol is veroorzaakt (de techniek om de bewijslast te verzachten). [5] Anders dan zij heeft betoogd, kan dan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat aan de bedoeling van deze bepaling wordt voorbijgegaan als vast zou komen te staan dat het alcoholgebruik van de stuurvrouw niet de oorzaak van de schade is geweest. Het ontbreekt aan verdere aanknopingspunten om aan de hand van de uitlegmaatstaf van het Haviltex-arrest [6] het beding op een andere manier uit te leggen. Aan de taalkundige betekenis van de bewoordingen in het beding moet daarom doorslaggevende betekenis worden gegeven. Deze bewoordingen zijn, ook voor Kitoenia, helder en begrijpelijk geformuleerd: niet verzekerd is de schade die is ontstaan
“terwijl”(niet:
“doordat”) de bestuurder van het schip na gebruik van alcohol op grond van wettelijke regels niet mag varen.
Een beroep op de alcoholuitsluiting is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar op de grond dat het causaal verband ontbreekt
5.5.
Het beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid op deze grond door Kitoenia slaagt niet. In het Fjordenpaarden-arrest [7] heeft de Hoge Raad enkele gezichtspunten gegeven om te beoordelen of een beroep op een beding in de verzekeringsvoorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is op de grond dat onvoldoende verband bestaat tussen (in dit geval) het alcoholgebruik en het risico zoals zich dit heeft verwezenlijkt. Onder meer de volgende gezichtspunten zijn volgens dat arrest van belang:
- in hoeverre het beding het te verzekeren risico in algemene zin begrenst, bijvoorbeeld in temporele of geografische zin of door middel van een dekkingslimiet;
- in hoeverre het beding ertoe strekt dat de verzekerde maatregelen treft om de kans op schade te verkleinen of, indien schade optreedt, de omvang daarvan te beperken;
- in hoeverre het beding ziet op andere belangen dan het verkleinen van de kans op door de verzekerde te lijden schade of van de omvang daarvan, zoals het voorkomen van bewijsproblemen of debat ten aanzien van de vraag in hoeverre het hiervoor bedoelde verband ontbreekt.
De rechtbank heeft in de vorige rechtsoverweging al veel gewicht toegekend aan het maatschappelijk belang op grond waarvan bewijsproblemen of debat ten aanzien van de vraag in hoeverre het hiervoor bedoelde verband ontbreekt zoveel mogelijk voorkomen moet worden. Daarnaast is met de woorden
“niet verzekerd is (…)”voldoende tot uitdrukking gebracht dat TVM hier het te verzekeren risico heeft begrensd. Met andere woorden; er is niet een dekking die door niet-naleving van de clausule komt te vervallen, er is van meet af aan al geen dekking voor deze situatie. Niettemin is voorstelbaar dat wanneer het alcoholgebruik in de gegeven omstandigheden onmogelijk in verband met de schade kan worden gebracht het ontbreken van zo’n verband een factor van betekenis kan zijn. Bijvoorbeeld schade die niet te voorkomen was door een kapot roer en/of kapotte motor van het schip. Hiervoor is al gebleken dat van een dergelijke situatie geen sprake is. Ook als een causaal verband tussen het alcoholgebruik en de schade in dit geval zou ontbreken, is in de gegeven omstandigheden een beroep door TVM op de alcoholuitsluiting daarom naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar.
5.6.
Omdat de uitsluiting dus van toepassing is, komt de rechtbank nu toe aan de vraag of Kitoenia een beroep op de insluiting kan doen.
Kitoenia moet aannemelijk maken dat haar geen verwijt te maken valt
5.7.
Volgens de insluiting moet Kitoenia aannemelijk maken dat haar geen verwijt te maken valt. Bovendien ligt de stelplicht en de bewijslast op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro [8] ook bij Kitoenia. Zij maakt immers aanspraak op uitkering op de grondslag dat er sprake is van een verzekerd evenement. Het is aan haar om die feiten en omstandigheden te stellen – en bij gemotiveerde betwisting te bewijzen – op grond waarvan aannemelijk te achten is dat haar geen verwijt kan worden gemaakt. Welke feiten en omstandigheden dat zijn hangt van het partijdebat af. Daar waar TVM feiten en/of omstandigheden aanvoert die een (relevant) verwijt aan het adres van Kitoenia inhouden, is het aan Kitoenia om dit voldoende te weerleggen. Naar het oordeel van de rechtbank moet het dan wel gaan om een verwijt dat (enigszins) verband houdt met het alcoholgebruik van de stuurvrouw. Dat blijkt immers uit de insluiting waarin staat dat Kitoenia bijvoorbeeld geen verwijt kan worden gemaakt wanneer zij niet op de hoogte was van
het middelengebruik,
ditniet wilde en
ditniet kon voorkomen (onderstreping door rechtbank). Het ontbreekt aan aanknopingspunten voor een uitleg waarin het verwijt ook los mag staan van het middelengebruik. Het hoeft echter niet alleen om een verwijt te gaan met betrekking tot het alcoholgebruik ten tijde van de aanvaring. Relevant is ook wat Kitoenia wist over het gebruik van alcohol door de stuurvrouw voorafgaand aan het schadevoorval. Van die uitleg van de bepaling gaat Kitoenia zelf ook uit.
Na 20 maart 2020 had Kitoenia de stuurvrouw niet meer achter het roer moeten zetten
5.8.
Kitoenia heeft gesteld dat de stuurvrouw haar alcoholgebruik verborgen heeft gehouden. Onbegrijpelijk is het standpunt van Kitoenia echter dat voor haar een begin van een aanwijzing zou ontbreken dat de stuurvrouw een problematische omgang met alcohol heeft. Vast staat immers dat de stuurvrouw al een keer eerder, op 20 maart 2020, positief op alcohol is getest terwijl zij aan het roer van het schip stond en dat Kitoenia van deze alcoholtest op de hoogte was. [9] Dat heeft zelfs geleid tot strafrechtelijke maatregelen in Duitsland. In een dergelijk geval heeft Kitoenia naar het oordeel van de rechtbank er sterk rekening mee te houden dat dit mogelijk niet de eerste keer was en mogelijk ook niet de laatste keer zou zijn. Er was naar het oordeel van de rechtbank in relatief korte tijd sprake van een patroon. Dat Kitoenia zich van dit gevaar/risico ook wel van bewust was, moge blijken uit het feit dat zij in haar alcoholbeleid heeft opgenomen dat de bemanningslid onmiddellijk van zijn/haar functie wordt ontheven en verwijderd wordt van het schip als hij/zij bij een controle positief op alcohol wordt getest. Dat beleid heeft Kitoenia toen niet gehandhaafd en dat kan haar worden verweten. Zij kan op voorhand ook niet volstaan met het (extra) nauwlettend in de gaten houden of zij aan de stuurvrouw kon merken dat deze onder invloed van alcohol was. Dat geldt temeer als (het klopt, zoals Kitoenia stelt, dat) de stuurvrouw niet onderworpen kan worden aan een (steekproefsgewijze) alcoholcontrole door Kitoenia zonder een (nieuwe?) concrete aanleiding. Door de stuurvrouw in dienst te houden is Kitoenia niet meer gelijk te stellen met een verzekeringnemer die van niks weet. Door de stuurvrouw in dienst te houden heeft Kitoenia naar het oordeel van de rechtbank bewust een risico genomen.
Daaraan doet in dit geval niet af dat er nadien op het schip geen incident meer heeft plaatsgevonden of dat een vermoeden van onderpresteren door gebruik van alcohol volgens Kitoenia ontbroken heeft
5.9.
Niet gebleken is dat er na 20 maart 2020 (en vóór de onderhavige aanvaring) nog een incident op het schip heeft plaatsgevonden waarbij de stuurvrouw met teveel alcoholinname aan boord was. Wel staat vast dat de stuurvrouw in oktober 2021 nog een keer positief op alcohol getest in het wegverkeer buiten haar werk om. Dat getuigt er wederom van dat de stuurvrouw (nog steeds of opnieuw) een problematische omgang met alcohol heeft. Dit had Kitoenia er (wederom) toe moeten bewegen om de stuurvrouw niet meer achter het roer te zetten, althans nadere maatregelen te nemen. Het feit dat zich anderhalf jaar na het eerste incident aan boord een vergelijkbaar incident in het wegverkeer plaatsvindt, laat aan Kitoenia op dat moment zien dat een problematische omgang met alcohol bij de stuurvrouw ondanks een geruime tijd zonder problemen er toch (weer) kan zijn. De onderhavige aanvaring vindt 3,5 jaar na het eerste incident en twee jaar na het tweede incident plaats. Dat is telkens op zich een geruime tijd, maar naar het oordeel van de rechtbank in de gegeven omstandigheden niet zo lang dat Kitoenia op de schadedatum geen rekening meer hoefde te houden met deze problematische omgang met alcohol bij de stuurvrouw.
5.10.
De conclusie is daarom dat Kitoenia niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar geen verwijt kan worden gemaakt. Zij kan om die reden geen geslaagd beroep doen op de genoemde insluiting. Daarmee is de alcoholuitsluiting onverkort van toepassing. Daarmee kan in het midden blijven of Kitoenia (dat wil zeggen: [bestuurder en schipper] ) ook op andere momenten aan boord had kunnen of moeten merken dat de stuurvrouw een problematische omgang met alcohol heeft, zoals TVM aanvoert. De rechtbank kan dit op dit moment niet uitsluiten, maar evenmin vaststellen.
Een beroep op de alcoholuitsluiting is in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar
5.11.
Wanneer de rechtbank ook de overige omstandigheden van het geval erbij betrekt, leidt dat niet tot het buiten toepassing laten van de clausule op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. De enkele omstandigheid dat Kitoenia waarschijnlijk failliet gaat als TVM dekking van de schade mag weigeren, is daartoe onvoldoende.
5.12.
Verder is vast komen te staan dat ten tijde van de aanvaring de marifoonkanalen verkeerd waren afgesteld waardoor derden niet met het schip konden communiceren en dat het wachtalarm van de track pilot uit of (in volume) te zacht stond. Bovendien heeft de stuurvrouw (daardoor?) voorafgaand aan de aanvaring drie kwartier langer alleen in de stuurhut achter het roer gestaan dan zij en [bestuurder en schipper] hadden afgesproken. TVM heeft dit naar voren gebracht om te betogen dat Kitoenia een verwijt te maken valt in de zin van de eerdergenoemde insluiting. Maar als het gaat om de uitleg van de insluiting (zie hiervoor) dan is nog maar de vraag of het verwijt zoals hier bedoeld een verband met het genoemde middelengebruik heeft. In het kader van de beoordeling van het beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid wegen deze omstandigheden echter naar het oordeel van de rechtbank niet in het voordeel van Kitoenia.
5.13.
Een beroep op de alcoholuitsluiting is in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid dan ook niet onaanvaardbaar.
Conclusie; TVM mag dekking van de schade weigeren
5.14.
De vorderingen zullen daarom worden afgewezen.
Kitoenia moet de proceskosten betalen
5.15.
Kitoenia is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van TVM worden begroot op:
- griffierecht
6.617,00
- salaris advocaat
8.142,00
(3 punten × € 2.714,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
14.937,00
5.16.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
wijst de vorderingen van Kitoenia af,
6.2.
veroordeelt Kitoenia in de proceskosten van € 14.937,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Kitoenia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt Kitoenia tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.B. van Baalen en in het openbaar uitgesproken op
27 mei 2026.
c532/MS

Voetnoten

1.Deze laatste op de grondslag dat [bestuurder en schipper] (niet slechts nalatig maar eveneens) bewust roekeloos heeft gehandeld. Het is de rechtbank alleen niet uitgelegd wat aan dat bewust roekeloos handelen ten grondslag is gelegd. Wel hebben partijen op de mondelinge behandeling toegelicht dat op de dag van het schadevoorval blijkbaar de marifoonkanalen van het schip verkeerd waren ingesteld, waardoor derden die het juiste kanaal wel hadden ingesteld geen contact met het schip konden krijgen. Bovendien zou toen het wachtalarm van de track pilot zijn uitgeschakeld of (in volume) te zacht staan. Het wachtalarm is een waarschuwingssysteem dat vergelijkbaar is met de lane assist bij moderne auto’s.
2.In verband met het beslag en de gerechtelijke procedure in Duitsland.
3.Het Verdrag van Straatsburg inzake de beperking van aansprakelijkheid in de binnenvaart 2012.
4.Artikel 7.1 en 8 van de toepasselijke Bijzondere voorwaarden Binnenvaart casco BC01012022.
5.Zie randnummer 23, laatste zin, van de dagvaarding.
6.Hoge Raad 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158 (Haviltex).
7.Hoge Raad 16 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:258 (Fjordenpaarden).
8.Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
9.Zie overweging 3.3.