Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2334

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
25/4751
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 4 Protocol gegevensverwerking rechtzoekendeArt. 8:72 lid 3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onvolledige inzage in dossier op grond van Protocol gegevensverwerking rechtzoekende

Eiser verzocht op grond van het Protocol gegevensverwerking rechtzoekende om volledige inzage in zijn dossier bij de Raad voor Rechtsbijstand. De Raad stelde het verzoek aanvankelijk buiten behandeling en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep gegrond en beval hernieuwde besluitvorming. De Raad gaf vervolgens inzage op kantoor, maar eiser stelde dat niet alle relevante stukken, zoals interne e-mails en kilometerdeclaraties, waren verstrekt.

De rechtbank oordeelde dat het Protocol duidelijk bepaalt dat alleen stukken die de rechtzoekende zelf betreffen tot het dossier behoren en dat interne bestuurlijke stukken niet onder het protocol vallen. Wel erkende de Raad dat de motivering van het bestreden besluit onvolledig was omdat bepaalde stukken ontbraken. Na nader onderzoek en overlegging van aanvullende stukken werd het gebrek hersteld.

De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens gebrekkige motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat eiser inmiddels volledige inzage had gekregen en geen nieuwe gronden had aangevoerd. Het griffierecht werd aan eiser vergoed. De rechtbank wees een verzoek om proceskostenvergoeding af omdat die reeds in een andere zaak was toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat de Raad de ontbrekende stukken alsnog heeft verstrekt.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/4751

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2026 in de zaak tussen

[naam], uit [woonplaats], eiser

en

Raad voor Rechtsbijstand, de Raad

(gemachtigden: mr. E.J.W. Reijnders en L. Nickel).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van eiser om toegang te krijgen tot zijn dossier op grond van het Protocol gegevensverwerking rechtzoekende (het Protocol). Eiser meent dat hem geen volledige toegang verschaft is. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiser inderdaad geen volledige inzage in zijn dossier heeft gekregen. Eiser krijgt gelijk en het beroep is dus gegrond. Wel ziet de rechtbank aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit op bezwaar van 27 oktober 2025 heeft de Raad eiser alsnog in de gelegenheid gesteld om zijn dossier in te zien.
2.1.
Eiser heeft zijn dossier ingezien op 24 november 2025, op het kantoor van de Raad. Vervolgens heeft eiser beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De Raad heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van de Raad. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting geschorst.
2.3.
De Raad heeft op 24 maart 2026 nadere stukken overgelegd, welke zij blijkens de brief van 19 maart 2026 (ook) aan eiser heeft toegezonden. De rechtbank heeft eiser op
2 april 2026 verzocht om binnen 14 dagen aan de rechtbank te laten weten of de door de Raad alsnog overlegde stukken aanleiding vormen om het beroep in te trekken. Nu zij op deze vraag geen antwoord heeft mogen ontvangen maakt de rechtbank hieruit op dat eiser het beroep handhaaft. De rechtbank heeft het onderzoek op 29 april 2026 gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiser heeft op 30 maart 2024 - voor zover hier van belang - het volgende verzoek bij de Raad ingediend:
“Ik doe u een verzoek tot toegang tot mijn dossier als bedoeld in het ‘Protocol gegevensverwerking rechtzoekende’ van 30 januari 2019.
Ik wens alle stukken, als ook verzocht in 2023-WOO-014, te ontvangen. Mijn identiteit is u reeds bekend.
Het verzoek omvat aldus ook WFM-notities, aanvragen/mutaties, declaraties inclusief urenstaat (inclusief extra uren), meegezonden stukken, kilometerdeclaraties etc. (…)”
3.1.
De Raad heeft bij besluit van 14 juni 2024 het verzoek buiten behandeling gesteld. Met het besluit op bezwaar van 8 oktober 2024 heeft de Raad het bezwaar tegen dit besluit niet-ontvankelijk verklaard.
3.2.
Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld. Bij uitspraak van 12 september 2025 heeft de rechtbank dit beroep gegrond verklaard. [1] Hierbij heeft de rechtbank de Raad opgedragen om binnen vier weken opnieuw op het bezwaar te beslissen.
3.3.
Op 27 oktober 2025 heeft de Raad opnieuw een besluit op het bezwaar van eiser genomen. De Raad heeft het bezwaar kennelijk gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en eiser alsnog de mogelijkheid geboden om zijn dossier in te zien. Hierbij heeft de Raad aangegeven dat eisers dossier omvangrijk is en dat hij daarom is uitgenodigd om zijn dossier op het kantoor van de Raad in te komen zien.
Beoordeling van de gronden
4. Eiser betoogt - onder meer en samengevat - dat hij weliswaar inzage heeft gekregen in zijn dossier, maar dat hij nog niet alle kilometerdeclaraties, e-mailberichten, belnotities en dergelijke (interne) stukken over zijn persoon heeft ingezien. Hierbij heeft eiser aangegeven dat ook de bestuurlijke kant van het dossier en alles wat op de achtergrond speelt en gerelateerd is aan zijn naam ten onrechte niet ter inzage is gelegd. Als voorbeeld noemt eiser alle (interne) e-mailberichten over zijn persoon en e-mailberichten aan de deken waarin zijn naam voorkomt. Gelet hierop betoogt eiser dat het besluit van de Raad van
27 oktober 2025 onvolledig is.
5. De Raad heeft in het verweerschrift aangegeven dat eiser op 24 november 2025 inzage in zijn dossier heeft gehad op het kantoor van de Raad en dat eiser hiermee inzage is gegeven in de stukken zoals beschreven in artikel 4 van Pro het Protocol. Hierbij verduidelijkt de Raad dat deze inzage de stukken omvat die eiser zelf betreffen, waarbij de Raad per document beoordeelt of het kan worden ingezien en/of het (gedeeltelijk) wordt geanonimiseerd.
6. Niet in geschil is dat eiser in de gelegenheid is gesteld om zijn dossier in te zien.
6.1.
Wat betreft de door eiser genoemde ‘bestuurlijke kant’ overweegt de rechtbank dat het Protocol duidelijk omschrijft welke stukken behoren tot het dossier van de rechtzoekende. Uit artikel 4 van Pro het Protocol volgt dat de rechtzoekende alleen toegang heeft tot de stukken in zijn
eigen dossier, die
hemzelf betreffen. Tot WFM-telefoonnotities heeft de rechtzoekende ook toegang, wanneer deze onderdeel vormen van het dossier. Dit laatste is volgens artikel 4 van Pro het Protocol alleen het geval wanneer een notitie een verslag van een telefoongesprek met de rechtzoekende of rechtsbijstandverlener bevat. De rechtbank stelt vast dat de overige door eiser aangehaalde (interne en/of bestuurlijke) stukken niet onder de reikwijdte van het Protocol vallen. Het betoog van eiser omtrent de volledigheid van de aan hem geboden inzage kan op dit punt dan ook niet slagen.
6.2.
Ter zitting is duidelijk geworden dat eiser hoofdzakelijk nog belang heeft bij de tot zijn dossier behorende kilometerdeclaraties. De (gemachtigde van de) Raad heeft zich vervolgens bereid verklaard om nader onderzoek naar eventueel aanwezige stukken te doen. Om hiertoe gelegenheid te bieden heeft de rechtbank het onderzoek geschorst. Vervolgens heeft de Raad op 24 maart 2026 nadere stukken overlegd, welke zij blijkens de brief op
19 maart 2026 (ook) aan eiser heeft verzonden. De rechtbank overweegt dat deze - bij nader inzien ontbrekende - stukken een aanvulling op de motivering van het bestreden besluit vormen. Met deze aanvulling erkent de Raad dat (de motivering van) het bestreden besluit niet volledig was, omdat de nu alsnog overgelegde stukken ontbraken. Hierom slaagt het betoog van eiser dat aan hem geen volledige inzage in zijn dossier was geboden. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit zal worden vernietigd.
6.3.
De rechtbank overweegt dat de Raad de gevraagde stukken, voor zover deze binnen de reikwijdte van het Protocol vallen, alsnog heeft overgelegd. Eiser heeft vervolgens kennis kunnen nemen van deze stukken en is in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Eiser heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Raad eiser thans alsnog volledige inzage in zijn dossier verschaft, heeft eiser geen aanknopingspunten geboden om daarover anders te oordelen, ook niet ambtshalve op basis van het dossier, en is het gebrek in de motivering van het bestreden besluit op deze wijze door de Raad hersteld. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit in stand te laten.
Overschrijding van de redelijke termijn
7. Eiser heeft de beroepsgrond, welke betrekking had op schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, ter zitting ingetrokken.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond omdat in het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand. [2] Dit omdat de Raad met het na nader onderzoek alsnog overleggen van de ontbrekende stukken het gebrek in de motivering van het besluit heeft hersteld. Dit betekent dat de Raad geen nieuw besluit hoeft te nemen. Omdat het beroep gegrond is moet de Raad wel het door eiser betaalde griffierecht vergoeden.
8.1.
Eiser heeft gevraagd om een vergoeding van de proceskosten, te verstaan de reiskosten voor het bijwonen van de zitting. De rechtbank heeft dit beroep op dezelfde dag en aansluitend behandeld met andere beroepen van eiser. Eiser heeft voor het bijwonen van de behandeling van meerdere beroepszaken, dus slechts eenmaal reiskosten gemaakt. De vergoeding van die reiskosten is door de rechtbank al aan eiser toegekend in de uitspraak van zaaknummer LEE 25/2412. Dit betekent dat er in de zaak die nu voorligt, geen proceskosten zijn die nog voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het besluit van 27 oktober 2025;
  • bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 27 oktober 2025 in stand
blijven;
- bepaalt dat de Raad het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van V.M. de Koning, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke regelgeving

Protocol gegevensverwerking rechtzoekende van 30 januari 2019
Artikel 4 - Tot welke stukken kan rechtzoekende toegang krijgen?
De rechtzoekende heeft alleen toegang tot de stukken in zijn eigen dossier, die hemzelf betreffen:
  • De aanvraag/mutatie van de toevoeging en de toevoegingsbeslissing;
  • Het declaratieverzoek inclusief de urenstaat, een eventueel verzoek en besluit met betrekking tor toestemming extra uren en vaststellingsbeslissing(en);
  • De door de rechtsbijstandverlener meegezonden stukken, voor zover deze alleen betrekking hebben op rechtzoekende of gegevens bevatten die rechtzoekende op andere wijze kan/kon verkrijgen. (Denk bijvoorbeeld aan een echtscheidingsuitspraak waarbij ook de gegevens van de ex-partner worden genoemd.)
De Raad beoordeelt pers document of deze kan worden ingezien en/of (gedeeltelijk) wordt geanonimiseerd. Let hierbij op dat het registratienummer van de rechtsbijstandverlener altijd wordt geanonimiseerd.
WFM-telefoonnotities
Rechtzoekende heeft toegang tot WFM-telefoonnotities als deze onderdeel vormen van het dossier:
  • Bevat de notitie een verslag van een telefoongesprek met rechtzoekende of de rechtsbijstandverlener, dan vormt deze onderdeel van het dossier;
  • Bevat de notitie een verslag van een telefoongesprek met een derde (bijvoorbeeld de wederpartij), dan heeft de rechtzoekende geen recht op inzage in deze notitie.
Een WFM-telefoonnotitie is geen onderdeel van het dossier als deze interne/persoonlijke werkaantekeningen bevatten. Rechtzoekende heeft geen recht op toezending van deze notities

Voetnoten

1.LEE 24/4495.
2.Met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht.