ECLI:NL:RBNNE:2026:2339
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarden woningen zonder rekening te houden met verhuurde staat
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 15 juni 2026 de beroepen van eiser tegen de WOZ-waarden van zes woningen in Stadskanaal behandeld. Eiser betoogde dat de woningen minder waard zijn vanwege de verhuurde staat, ondersteund door een taxatierapport voor één woning.
De rechtbank oordeelde dat de Wet WOZ voorschrijft dat de waarde wordt bepaald alsof de woning onmiddellijk en volledig in gebruik kan worden genomen, waardoor de verhuurde staat buiten beschouwing blijft. Dit is een bewuste keuze van de wetgever om uniformiteit en uitvoerbaarheid te waarborgen.
De heffingsambtenaar had aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde waarden niet te hoog waren. Het taxatierapport bevestigde dit, aangezien het verschil in waarde tussen verhuurde en onverhuurde staat niet relevant is. Ook voor de overige vijf woningen zag de rechtbank geen reden om de waarden te verlagen.
De beroepen werden daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak werd mondeling gedaan en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: De beroepen tegen de vastgestelde WOZ-waarden van zes woningen worden ongegrond verklaard en de waarden worden gehandhaafd.