Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2026 in de zaak tussen
[naam], uit [plaats], eiser
De Korpschef van politie, Eenheid Landelijke Expertise en Operaties, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
4.1. Verweerder heeft in het verweerschrift uiteengezet en ter zitting nader toegelicht dat het verzoek van eiser is behandeld zoals het bij de aanvraag door hem is geformuleerd, zonder rekening te houden met (mogelijke) uitbreiding of aanvulling van dat verzoek later in de procedure. Niet gebleken is dat deze mededeling niet geloofwaardig zou zijn. De enkele stelling van eiser dat het verzoek door verweerder is beperkt, is daarvoor onvoldoende. Dat geldt evenzeer voor de zoekslag die verweerder heeft gedaan. Niet ongeloofwaardig is dat geen documenten zijn aangetroffen die geen politiegegevens betreffen, nadat een bevoegde functionaris van het TBG een zoekslag heeft uitgevoerd in het afgeschermde gegevensbestand van het TBG. Daarbij overweegt de rechtbank dat (ook) voor politiegegevens, gelet op de aard, inhoud en gevoeligheid ervan, geen verplichting bestaat tot het opmaken of verstrekken van een inventarislijst.
4.2. Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat het verzoek tot openbaarmaking van de in de documenten opgenomen informatie politiegegevens betreft, dat deze gegevens niet op grond van de Woo openbaar kunnen worden gemaakt en dat voor het overige geen documenten zijn aangetroffen die geen politiegegevens betreffen. Het verzoek is terecht afgewezen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
A.W. Landman, griffier.Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026.