ECLI:NL:RBNNE:2026:2350

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
LEE 25/1536
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 8.8 WooArt. 1 WpgArt. 3 lid 3 WpgArt. 7 Wpg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen afwijzing Woo-verzoek inzake Team Bijzondere Getuigen

Eiser heeft op grond van de Wet open overheid (Woo) verzocht om openbaarmaking van alle documenten over het Team Bijzondere Getuigen (TBG) van 1 januari 2020 tot 5 oktober 2024. Het Openbaar Ministerie en vervolgens de Korpschef van politie hebben het verzoek afgewezen omdat de gevraagde documenten niet aanwezig waren of onder de Wet politiegegevens (Wpg) vallen en daarom niet openbaar gemaakt kunnen worden.

Eiser maakte bezwaar en stelde dat het verzoek ten onrechte cumulatief werd opgevat, dat onvoldoende zoekslag was verricht en dat niet alle documenten onder de Wpg konden vallen. De rechtbank oordeelt dat de Wpg uitputtend regelt welke politiegegevens openbaar gemaakt mogen worden en dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de gevraagde informatie onder de Wpg valt.

De rechtbank acht de zoekslag adequaat en vindt geen verplichting tot het verstrekken van een inventarislijst. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de afwijzing van het Woo-verzoek blijft in stand en eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het Woo-verzoek wordt ongegrond verklaard en het verzoek blijft afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: LEE 25/1536

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2026 in de zaak tussen

[naam], uit [plaats], eiser

(gemachtigde: mr. N.A.H. Limbourg),
en

De Korpschef van politie, Eenheid Landelijke Expertise en Operaties, verweerder

(gemachtigde: mr. P.M.L. van der Schot).

Procesverloop

1. Eiser heeft op 5 oktober 2024 bij het Openbaar Ministerie (OM) een verzoek ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van alle documenten inzake de totstandkoming en voortgang van het Team Bijzondere Getuigen (TBG) in de periode van 1 januari 2020 tot en met 5 oktober 2024.
1.1.
Bij besluit van 4 november 2024 heeft het OM het verzoek afgewezen, omdat de gevraagde documenten niet aanwezig waren. Het verzoek is op 31 oktober 2024 door het OM doorgestuurd naar verweerder.
1.2.
Bij besluit van 5 december 2024 heeft verweerder het verzoek afgewezen, omdat geen documenten zijn aangetroffen die voldoen aan het volgens verweerder cumulatief geformuleerde verzoek.
1.3.
Eiser heeft op 17 december 2024 bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
1.4.
Bij besluit van 10 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar deels gegrond verklaard. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevraagde informatie gedeeltelijk onder de Wet politiegegevens (Wpg) valt en daarom niet op grond van de Woo openbaar kan worden gemaakt. Op niet bestaande en op al openbaar gemaakte informatie is de Woo niet van toepassing.
1.5.
Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.6.
De rechtbank heeft het beroep op 2 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van verweerder. Eiser was met bericht van verhindering niet aanwezig; zijn gemachtigde is zonder bericht niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser voert aan dat verweerder het verzoek ten onrechte heeft opgevat als een cumulatief verzoek. Volgens eiser ziet het verzoek op alle documenten met betrekking tot het TBG en betreft de opsomming slechts voorbeelden. Verweerder heeft het verzoek ten onrechte beperkt.
2.1.
Daarnaast voert eiser aan dat onvoldoende inzichtelijk is dat een deugdelijke zoekslag heeft plaatsgevonden. Er ontbreekt een inventarisatie van aangetroffen documenten.
2.2.
Verder stelt eiser dat niet alle documenten onder de Wpg kunnen vallen. Onvoldoende is gemotiveerd waarom de gevraagde documenten als politiegegevens moeten worden aangemerkt. Voor zover documenten politiegegevens bevatten, kunnen deze volgens eiser worden gelakt, zodat gedeeltelijke openbaarmaking mogelijk is.
3. De rechtbank is van oordeel dat de beroepsgronden van eiser niet slagen en overweegt daartoe het volgende.
3.1.
Op grond van de Woo kunnen politiegegevens niet openbaar worden gemaakt, omdat de Wpg is opgenomen in de bijlage bij artikel 8.8 van de Woo.
3.2.
Artikel 1 van Pro de Wpg definieert wat onder politiegegevens dient te worden verstaan. Vervolgens is de verstrekking van dergelijke gegevens uitputtend geregeld in met name artikel 3, derde lid, en artikel 7 van Pro de Wpg. Een verzoek om inzage of verstrekking kan op grond van artikel 27, derde lid, van de Wpg worden afgewezen indien het gegevens betreft die worden verwerkt op grond van artikel 12 van Pro de Wpg.
4. De rechtbank deelt, na met toepassing van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kennisgenomen te hebben van de betreffende informatie, het standpunt van verweerder dat de informatie waarvan eiser om openbaarmaking heeft verzocht, gegevens betreft die onder de Wpg vallen. Nu de Wpg zowel de openbaarmaking als de individuele verstrekking regelt, is de Wpg daarmee uitputtend. Verweerder kan de gevraagde informatie om die reden niet op grond van de Woo verstrekken.
4.1. Verweerder heeft in het verweerschrift uiteengezet en ter zitting nader toegelicht dat het verzoek van eiser is behandeld zoals het bij de aanvraag door hem is geformuleerd, zonder rekening te houden met (mogelijke) uitbreiding of aanvulling van dat verzoek later in de procedure. Niet gebleken is dat deze mededeling niet geloofwaardig zou zijn. De enkele stelling van eiser dat het verzoek door verweerder is beperkt, is daarvoor onvoldoende. Dat geldt evenzeer voor de zoekslag die verweerder heeft gedaan. Niet ongeloofwaardig is dat geen documenten zijn aangetroffen die geen politiegegevens betreffen, nadat een bevoegde functionaris van het TBG een zoekslag heeft uitgevoerd in het afgeschermde gegevensbestand van het TBG. Daarbij overweegt de rechtbank dat (ook) voor politiegegevens, gelet op de aard, inhoud en gevoeligheid ervan, geen verplichting bestaat tot het opmaken of verstrekken van een inventarislijst.
4.2. Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat het verzoek tot openbaarmaking van de in de documenten opgenomen informatie politiegegevens betreft, dat deze gegevens niet op grond van de Woo openbaar kunnen worden gemaakt en dat voor het overige geen documenten zijn aangetroffen die geen politiegegevens betreffen. Het verzoek is terecht afgewezen.

Conclusie en gevolgen

5. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat de afwijzing van het Woo-verzoek van eiser in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
A.W. Landman, griffier.Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.