Uitspraak
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
28 april 2026voor
akte uitlatingaan de zijde van de eisende partij met betrekking tot hetgeen hiervoor in rechtsoverweging 2.7.en 2.8. is overwogen,
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een vordering van Bondora AS tegen een consument wegens niet-nakoming van betalingsverplichtingen uit een consumentenkredietovereenkomst en aanvullende diensten. De kredietovereenkomst werd op afstand gesloten en bevatte een rechtskeuze voor Ests recht, maar de Nederlandse rechter is bevoegd vanwege de woonplaats van de consument en past de Nederlandse (semi)dwingende bepalingen toe.
De kantonrechter toetst ambtshalve de kredietovereenkomst aan de informatieplicht uit artikel 7:60 BW Pro, die voortvloeit uit de Europese Richtlijn consumentenkrediet. Uit het aanvraagproces blijkt dat essentiële precontractuele informatie zoals het totaalbedrag en het jaarlijks kostenpercentage onduidelijk en onopvallend werd gepresenteerd, onder meer in kleine letters onder de bestelknop en via PDF-bestanden die de consument niet actief hoefde te openen.
De rechter oordeelt dat hierdoor de consument de overeenkomst kon sluiten zonder kennis te nemen van essentiële informatie, wat in strijd is met de informatieplicht. Dit leidt tot vernietiging van de kredietovereenkomst op grond van artikel 3:40 lid 1 BW Pro, omdat de schending van de informatieplicht een openbare orde norm betreft. De beslissing is aangehouden om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich hierover uit te laten.
Uitkomst: De kredietovereenkomst wordt vernietigd wegens niet-naleving van de precontractuele informatieplicht, beslissing aangehouden voor nadere uitlatingen.