ECLI:NL:RBNNE:2026:2407
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarden van twee woningen in gemeente De Fryske Marren
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarden van twee vrijstaande woningen in de gemeente De Fryske Marren per 1 januari 2023. Voor de woning aan het eerste adres wordt een lagere waarde bepleit vanwege achterstallig onderhoud, funderingsgebreken en lage woonkwaliteit, terwijl voor de tweede woning eveneens een lagere waarde wordt voorgesteld vanwege gedateerde staat en achterstallig onderhoud.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de eerste woning in de beroepsfase verlaagd van €469.000 naar €409.000, maar handhaaft de waarde van de tweede woning op €345.000. De rechtbank beoordeelt of deze waarden niet te hoog zijn vastgesteld aan de hand van vergelijkbare referentieobjecten en de Wet WOZ.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde van de tweede woning niet te hoog is vastgesteld. Voor de eerste woning is de verlaging in de beroepsfase terecht en wordt het beroep gegrond verklaard. De rechtbank wijst de stelling van eiser dat de aankoopprijs van de woningen moet worden meegewogen af, en wijst een verzoek om vergoeding van proceskosten af wegens onvoldoende onderbouwing.
De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar voor de eerste woning en stelt de waarde vast op €409.000, met vergoeding van het griffierecht aan eiser. Het beroep voor de tweede woning wordt ongegrond verklaard en de beschikking blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor één woning met verlaging van de WOZ-waarde en ongegrond voor de andere woning.