ECLI:NL:RBNNE:2026:2421
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wraking van rechters wegens vermeende schending Code zaakstoedeling ongegrond verklaard
Op 8 juni 2026 behandelde de wrakingskamer van de Rechtbank Noord-Nederland het verzoek tot wraking van de oudste en jongste rechter van de meervoudige strafkamer. Verzoeker stelde dat de wisseling van rechters in zijn strafzaak niet volgens de Code zaakstoedeling was verlopen, zonder dat partijen hierover waren geïnformeerd. Dit zou een schending van het nationale recht betekenen.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek alleen kan slagen indien er sprake is van (de schijn van) partijdigheid of vooringenomenheid van de rechters. De vermeende schending van de Code zaakstoedeling betreft een procedurele aangelegenheid die niet door de wrakingskamer getoetst kan worden. De juiste weg hiervoor is een klachtprocedure of een verzoek tot onderzoek bij de Hoge Raad.
De wrakingskamer stelde vast dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en dat het subjectieve standpunt van verzoeker niet beslissend is. Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en werd de hoofdzaak voortgezet in de bestaande samenstelling. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen twee rechters is ongegrond verklaard wegens ontbreken van partijdigheid of vooringenomenheid.