ECLI:NL:RBNNE:2026:2424

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
21 juni 2026
Zaaknummer
LEE 25/1264
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank oordeelt dat BIZ-bijdrage terecht onder verlaagd tarief valt

Eiseres, gebruiker van een winkelpand in Lemmer, voerde verschillende ondernemingen uit met diverse activiteiten, waaronder softwareontwikkeling, reclame, webdesign en detailhandel in consumentenelektronica. De heffingsambtenaar legde voor 2025 een BIZ-bijdrage op tegen het basistarief van 0,325%, welke eiseres betwistte.

De rechtbank oordeelde dat de BIZ-verordening onvoldoende duidelijkheid biedt over de tariefstelling bij ondernemingen met meerdere SBI-codes. De heffingsambtenaar baseerde zich onterecht op het basistarief zonder feitelijk onderzoek naar de hoofdactiviteit van eiseres. De rechtbank stelde vast dat de belangrijkste activiteiten van eiseres onder zakelijke dienstverlening vallen, die volgens de verordening in aanmerking komen voor het verlaagde tarief van 0,16%.

Daarom werd de aanslag verminderd naar € 257,60, gebaseerd op het verlaagde tarief en de WOZ-waarde. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak werd mondeling gedaan op 17 juni 2026 en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de BIZ-aanslag naar het verlaagde tarief van 0,16%.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/1264
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 17 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] h.o.d.n. [bedrijfsnaam ], uit [woonplaats] , eiser
en

de heffingsambtenaar van de gemeente De Fryske Marren, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 18 februari 2025.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan eiser voor het jaar 2025 een aanslag BIZ-bijdrage opgelegd voor € 523,25 (de BIZ-aanslag).
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
Eiser heeft nadere stukken ingediend.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de heffingsambtenaar van 18 februari 2025 op 17 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: eiser. De heffingsambtenaar is – zonder bericht van verhindering – niet verschenen. De griffier van de rechtbank heeft op 19 mei 2026 in het digitale dossier van de heffingsambtenaar een bericht geplaatst waarbij de heffingsambtenaar onder vermelding van tijd en plaats is uitgenodigd voor de mondelinge behandeling van de zitting op 17 juni 2026. Omdat de heffingsambtenaar niet digitaal procedeert heeft de griffier op 19 mei 2026 een afschrift van dit bericht per ZIVVER (beveiligde e-mail) verstuurd naar de heffingsambtenaar. Uit de gegevens van ZIVVER blijkt dat deze e-mail is gelezen. De rechtbank heeft de zitting daarom doorgang laten vinden.
1.6.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Feiten

2.1.
Eiser is gebruiker van het winkelpand aan de [adres] in Lemmer.
2.2.
In het winkelpand oefent eiser verschillende ondernemingen uit.
2.3.
De ondernemingen van eiser richten zich op verschillende activiteiten. Volgens de inschrijving van eiser in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel zijn de bedrijfsactiviteiten de volgende:
- SBI-code 6201 (Ontwikkelen, produceren en uitgeven van software)
- SBI-code 7311 (Reclamebureaus)
- SBI-code 59111 (Productie van films (geen televisiefilms))
- SBI-code 47912 (Detailhandel via internet in consumentenelektronica)
- Webdesign.
- Het verzorgen van drukwerk.
- Bedrijfsvideo's.
- Webshop in accessoires voor elektronica.
2.4.
Volgens de inschrijving van eiser in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel heeft de onderneming diverse internetadressen, onder andere [internetadres 1] en [internetadres 2] .
2.5.
Op de website [internetadres 1] wordt onder meer reparatie en upgrade van consumentenelektronica, en verkoop van (refurbished) consumentenelektronica, aangeboden.
2.6.
Op de website [internetadres 2] wordt onder meer webdesign, drukwerk, ontwikkeling van logo’s en huisstijl, en SEO optimalisatie aangeboden.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de BIZ-aanslag terecht op grond van het basistarief (0,325%) is berekend. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. De rechtbank is van oordeel dat de BIZ-aanslag ten onrechte op grond van het basistarief is berekend
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. De rechtbank is het met eiser eens dat de BIZ-verordening voor wat betreft de tarieven niet overeenkomt met de informatie die voorafgaand aan eiser is verstrekt. In die vooraf verstrekte informatie staat zonder nadere toelichting dat zakelijke dienstverleners onder het verlaagde tarief zullen vallen. In de verordening staat dat niet. Daar wordt voor het verlaagde tarief aangesloten bij drie SBI-secties (K, L en M) in het Handelsregister.
5. De rechtbank is van oordeel dat de BIZ-verordening niet voldoende duidelijk is voor wat betreft het tarief. De verordening regelt namelijk niet wat het tarief is in het geval een onderneming in het Handelsregister verschillende SBI-codes heeft, zoals bij eiser het geval is. De heffingsambtenaar heeft hierover in zijn verweer opgemerkt dat gekeken moet worden naar de hoofdactiviteit. Dat staat echter niet in de verordening.
6. De rechtbank is, mede gelet op de toelichting van eiser ter zitting, van oordeel dat de belangrijkste activiteiten van eiser onder zakelijke dienstverlening te scharen zijn. Eiser heeft toegelicht dat de activiteiten van het bedrijf Puursimple de belangrijkste activiteiten zijn. Het gaat dan om webdesign, softwareontwikkeling, reclame- en marketingdiensten en drukwerk. Met betrekking tot deze activiteiten staat eiser ingeschreven onder SBI-code 7311 en deze code valt onder de in de verordening genoemde SBI-secties (namelijk letter M) die voor het verlaagde tarief in aanmerking komen. Dit brengt met zich mee dat de rechtbank van oordeel is dat de heffingsambtenaar ten onrechte de aanslag met gebruik van het basistarief heeft vastgesteld. De aanslag had met gebruik van het verlaagde tarief van 0,16% berekend moeten worden. De rechtbank merkt hierbij nog op dat de heffingsambtenaar, voor zover uit de stukken volgt, geen feitelijk onderzoek heeft gedaan naar de onderneming van eiser. Dat had, mede gelet op het bezwaar van eiser, wel voor de hand gelegen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond. De BIZ-bijdrage is ten onrechte aan de hand van het basistarief berekend. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar en vermindert de BIZ-aanslag naar € 257,60 (0,16% van de WOZ-waarde van € 161.000).
8. Omdat het beroep gegrond is, moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. De proceskostenvergoeding bedraagt € 41,68. Die ziet op de reiskosten voor het bijwonen van de zitting en is berekend op basis van openbaar vervoer per tweede klasse.
9. Tegen de mondelinge uitspraak kunnen partijen in hoger beroep op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • vermindert de BIZ-aanslag naar € 257,60;
  • bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraak op bezwaar;
  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden
  • veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 41,68 aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Praamstra, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Raateland, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op 17 juni 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.