Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
1.De procedure
2.Het verzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ;,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker heeft op 22 januari 2026 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP) wegens een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen. De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld in een zitting op 30 maart 2026, waarbij verzoeker, zijn ouders en vertegenwoordigers van de Groningse Kredietbank aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek voldoet aan de vereisten van artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet en dat er geen gronden zijn voor afwijzing. Tevens ziet de rechtbank geen aanleiding om het aanvangsmoment van de termijn van de schuldsaneringsregeling te vervroegen, conform de recente uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2024.
De rechtbank wijst het verzoek toe, stelt de duur van de regeling vast op achttien maanden vanaf de datum van uitspraak, benoemt een rechter-commissaris en een bewindvoerder, en geeft de bewindvoerder opdracht om de post van verzoeker in te zien. Tevens vervallen alle gelegde beslagen door deze uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen met een termijn van achttien maanden.