Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2481

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
C/18/26/1100 R
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 FwArt. 349a FwArtikel 3 Insolventieverordening (EU 2015/848)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 16 april 2026 het verzoek van [verzoeker] tot toelating tot de schuldsaneringsregeling (Wsnp). [Verzoeker] heeft een problematische schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen. Hoewel enkele schulden in de afgelopen drie jaar niet te goeder trouw zijn ontstaan, heeft zij een beroep gedaan op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro.

De rechtbank beoordeelde dat voor een geslaagd beroep op de hardheidsclausule aannemelijk moet zijn dat de oorzaak van de schuldenproblematiek onder controle is en dat sprake is van een blijvende gedragsverandering. Uit het dossier en de zitting bleek dat [verzoeker] na een moeilijke periode, waarin zij verslaafd raakte aan drugs en alcohol, inmiddels ruim een jaar clean is van drugs en slechts zelden alcohol gebruikt. Zij woont beschermd, staat onder behandeling bij VNN, gebruikt medicatie en volgt een psychologisch traject en dagbesteding.

De rechtbank concludeerde dat er voldoende vertrouwen is dat [verzoeker] de verplichtingen uit de Wsnp zal naleven. Daarom werd het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toegewezen met een termijn van achttien maanden. Tevens werden een rechter-commissaris en bewindvoerder benoemd, en werd bepaald dat alle gelegde beslagen komen te vervallen. Het aanvangsmoment van de regeling werd niet vervroegd.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen met toepassing van de hardheidsclausule en een termijn van achttien maanden.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Team Insolventie
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: C/18/26/1100 R
Vonnis van 16 april 2026
op het verzoek van
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] ,
wonende te geheim adres,
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker] ,
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank wijst het verzoek toe.

1.De procedure

1.1.
De procedure bestaat uit:
- het op 30 januari 2026 ingediende schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de aanvullende stukken, ingediend op 27 februari 2026;
- de zitting van maandag 30 maart 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoeker] ;
- [begeleidster] , begeleidster van [verzoeker] ;
- [schuldhulpverlener van schuldhulpbedrijf] ;
- [naam van bewindvoeringsbedrijf] ;
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
Mevrouw [verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Volgens [verzoeker] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen.

3.De beoordeling

3.1.
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen.
3.3.
Mevrouw [verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
Hardheidsclausule
3.3
Volgens de rechtbank is gebleken dat [verzoeker] nu of in de toekomst niet meer zelf haar schulden kan betalen. Een voorwaarde voor toelating tot de Wsnp is de goede trouw van [verzoeker] bij het ontstaan of onbetaald laten van deze schulden. Bij de beoordeling of aan deze voorwaarde is voldaan, kijkt de rechtbank vooral naar de schulden die zijn ontstaan in de afgelopen drie jaar. [verzoeker] heeft een aantal schulden die in deze periode niet te goeder trouw zijn ontstaan. Bij haar verzoek tot toelating tot de Wsnp heeft [verzoeker] daarom een beroep gedaan op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro (Fw).
3.4
De rechtbank overweegt dat voor een geslaagd beroep op de hardheidsclausule in ieder geval aannemelijk moet zijn dat de oorzaak van de problematiek die tot de schulden heeft geleid onder controle is. Er moet sprake zijn van een blijvende gedragsverandering. Dat wil zeggen: iemand moet zijn gedrag echt en blijvend hebben veranderd waardoor aannemelijk is dat het probleem niet meer terugkomt, omdat de oorzaak daarvan is aangepakt. De rechtbank is van oordeel dat hiervan sprake is, omdat [verzoeker] na een roerige tijd inmiddels stabiel is. Nadat de partner van [verzoeker] is overleden, is ze verslaafd geraakt aan drugs en alcohol. [verzoeker] is nu ruim een jaar clean van de drugs. Alcohol gebruikt ze nog zelden. Ze woont beschermd en staat onder behandeling bij VNN. [verzoeker] gebruikt trekremmers en anti-depressiva en ze gaat een traject in bij een psycholoog zodat alcohol geen vlucht meer wordt. [verzoeker] heeft dagbesteding, volgt groepsgesprekken en een cursus waardoor ze leert beter haar grenzen aan te geven. Daarnaast staat [verzoeker] sinds december 2024 onder beschermingsbewind.
3.5
Naar het oordeel van de rechtbank is uit het verzoekschrift en wat op zitting is besproken voldoende gebleken dat sprake is van een blijvende gedragsverandering zoals hiervoor is omschreven. De rechtbank heeft er daardoor ook voldoende vertrouwen in dat [verzoeker] de verplichtingen uit de Wsnp zal naleven. De rechtbank zal het verzoek tot toelating tot de Wsnp daarom toewijzen.
3.6.1
De rechtbank ziet geen aanleiding om - gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1913) - het aanvangsmoment van de termijn van de schuldsaneringsregeling ex artikel 349a Fw te vervroegen.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] ,
wonende op een geheim adres;
4.2.
stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak;
4.3.
benoemt tot rechter-commissaris mr. H.J. Idzenga;
4.4.
benoemt tot bewindvoerder mw. [bewindvoerder ] ,
gevestigd te [adres] ;
4.5.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.6.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.7.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Dit is de beslissing van mr. S. van Gessel, rechter, bijgestaan door de griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026.