Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:2498

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/18/26/1090 R
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 FaillissementswetArt. 349a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot de schuldsaneringsregeling natuurlijke persoon met ambtshalve toepassing hardheidsclausule

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP). De rechtbank verwijst naar een eerder vonnis van 9 januari 2026 en heeft het verzoek verder behandeld op 20 maart 2026, waarbij ook de budgetbeheerder is gehoord.

Uit het besproken budgetplan blijkt dat verzoekster een positief budget heeft en dat de betalingsregeling met het CJIB zal stoppen bij toelating, wat haar financiële situatie stabiliseert. De rechtbank beoordeelt op grond van artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro of verzoekster te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek. De rechtbank oordeelt dat verzoekster niet als te goeder trouw kan worden aangemerkt omdat zij verwijtbaar heeft gehandeld.

Desondanks past de rechtbank ambtshalve de hardheidsclausule toe (artikel 288 lid 3 Fw Pro), omdat verzoekster aannemelijk heeft gemaakt dat de oorzaken van haar schulden onder controle zijn en een bestendige gedragsverandering heeft plaatsgevonden. De WSNP-termijn wordt vastgesteld op 18 maanden vanaf de datum van het vonnis, zonder eerdere ingangsdatum. De rechtbank benoemt een rechter-commissaris en geeft last aan de bewindvoerder voor het openen van post.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP wordt toegewezen met een termijn van 18 maanden vanaf het vonnis.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie: Groningen

zaaknummer: C/18/26/1090 R

vonnis van 3 april 2026

in de zaak van:
[verzoekster], geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen verzoekster.

PROCESGANG

De rechter verwijst naar het gewezen vonnis van 9 januari 2026, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.
De behandeling van het verzoekschrift is voortgezet ter zitting van 20 maart 2026, alwaar verzoekster en de heer [budgetbeheerder van zorgcoaching bedrijf] , zijn verschenen en gehoord.

RECHTSOVERWEGINGEN

Ter zitting is het door de budgetbeheerder overgelegde budgetplan besproken. Hieruit blijkt dat het er een positief budget is. In het budgetplan is de betalingsregeling van de schuld aan het CJIB opgenomen. Deze zal bij een toelating tot de WSNP stoppen, waardoor het budget van verzoekster zal toenemen. Gesteld kan worden dat de financiële situatie van verzoekster stabiel te noemen is.
Op grond van artikel 288, eerste lid, aanhef en onder b Faillissementswet (Fw) wordt een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat verzoekster ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. Het ligt op de weg van verzoekster om dit aannemelijk te maken.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van (een deel van) de schulden niet als te goeder trouw kan worden aangemerkt, nu deze schulden zijn ontstaan in de drie jaar voorafgaand aan het indienen van het verzoek. Naar het oordeel van de rechtbank kan verzoekster een verwijt worden gemaakt ten aanzien van het laten ontstaan van deze schulden.
Het verzoek om toegelaten te worden kan echter, ondanks het feit dat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 288, eerste lid, aanhef en onder b Fw zich voordoet, op grond van het bepaalde in het derde lid van artikel 288 Fw Pro toch worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat verzoekster de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden, onder controle heeft gekregen (de zogenaamde hardheidsclausule).
Hoewel verzoekster geen beroep heeft gedaan op een beroep op de hardheidsclausule zal de rechtbank deze ambtshalve toepassen nu verzoekster aannemelijk heeft gemaakt dat de oorzaak van de problematiek die tot de schulden heeft geleid onder controle is. Er dient met andere woorden sprake te zijn van een bestendige gedragsverandering waardoor in redelijkheid kan worden aangenomen dat de problematiek zich niet zal herhalen, omdat de oorzaak daarvan is weggenomen.
De Wsnp duurt in principe 18 maanden. Artikel 349a lid 1 Fw bepaalt dat de termijn van de schuldsaneringsregeling begint op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling indien die eerder is gelegen.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum. Aan de hand van de ingediende stukken en hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank ook geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.

BESLISSING

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ;
- stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden te rekenen vanaf de datum van dit vonnis;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. H.J. Idzenga,
en tot bewindvoerder [bewindvoerder] ,
gevestigd te [adres] ;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan verzoekster gerichte brievenen telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.F. Clement en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.