ECLI:NL:RBNNE:2026:2506
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule
Verzoeker heeft op 10 februari 2026 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank Noord-Nederland behandelde het verzoek op 1 april 2026 en stelde vast dat verzoeker niet langer kan voldoen aan zijn betalingsverplichtingen. Hoewel verzoeker in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek niet volledig te goeder trouw was vanwege eerdere schulden en beëindiging van een eerdere WSNP wegens onvoldoende medewerking, is er sprake van een stabiele situatie.
Verzoeker heeft een traject gevolgd voor psychische problemen, maakt gebruik van beschermingsbewind en heeft een eigen woning toegewezen gekregen. Er zijn sinds het uitspreken van het bewind geen nieuwe schulden ontstaan. De rechtbank oordeelt dat de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle zijn, waardoor de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro van toepassing is.
De rechtbank wijst het verzoek toe en stelt de duur van de schuldsaneringsregeling vast op 18 maanden vanaf de datum van het vonnis. Er wordt een rechter-commissaris benoemd en de bewindvoerder krijgt opdracht tot het openen van aan de schuldenaar gerichte correspondentie. Verzoeker kan binnen acht dagen hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt toegewezen met een termijn van 18 maanden.