ECLI:NL:RBNNE:2026:2514
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord wegens onredelijke weigering schuldeiser
Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om aan verweerder een dwangakkoord op te leggen, zodat verweerder moet meewerken aan een schuldregeling waarbij een deel van de schuld wordt kwijtgescholden. Verweerder, die bijna de gehele schuldenlast vertegenwoordigt, stemde niet in met het voorstel en betwistte de betrouwbaarheid en onderbouwing ervan.
De rechtbank stelde vast dat de Groningse Kredietbank het voorstel had getoetst en dat verzoeker twee schuldeisers heeft, waarvan verweerder 99,44% van de schuld bezit. Verweerder stelde dat de schuld niet te goeder trouw was ontstaan en dat verzoeker onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële mogelijkheden. Ook was sprake van misleiding en benadeling bij het aangaan van de lening.
De rechtbank oordeelde dat de weigering van verweerder om in te stemmen met het voorstel niet onredelijk is, mede vanwege het grote belang van verweerder en het geringe belang van de andere schuldeiser. Het financiële voordeel van het dwangakkoord ten opzichte van een wettelijke schuldsaneringsregeling was minimaal. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord af.
Verzoeker handhaafde het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, waarover bij afzonderlijk vonnis zal worden beslist.
Uitkomst: Het verzoek tot oplegging van een dwangakkoord wordt afgewezen omdat de weigering van de schuldeiser niet onredelijk is.