Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
Vonnis van 24 april 2026
[verzoeker] ,
PROCESGANG
RECHTSOVERWEGINGEN
BESLISSING
[verzoeker] ,
schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 24 april 2026 het verzoek van een ex-ondernemer tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De verzoeker had zijn onderneming in november 2025 beëindigd en verkeert sinds oktober 2024 onder beschermingsbewind. De totale schuldenlast bedroeg €101.851,76, voornamelijk ontstaan uit de onderneming.
Hoewel de verzoeker niet te goeder trouw was ten aanzien van een deel van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek, oordeelde de rechtbank dat op grond van de hardheidsclausule (artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro) de schuldsaneringsregeling toch kan worden toegewezen. De verzoeker heeft immers de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle gekregen, zoals blijkt uit het staken van de bedrijfsactiviteiten en het aangaan van loondienst.
De rechtbank stelde de duur van de schuldsaneringsregeling vast op 18 maanden vanaf de datum van het vonnis en benoemde een rechter-commissaris en bewindvoerder. Er werd geen eerdere ingangsdatum vastgesteld wegens gebrek aan onderbouwing. Tegen dit vonnis staat hoger beroep open binnen acht dagen via een advocaat.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling toe voor een termijn van 18 maanden na geslaagd beroep op de hardheidsclausule.