ECLI:NL:RBNNE:2026:2520

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
C/18/248082 / FT RK 25/990
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toelating tot schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 29 april 2026 het verzoek van een ondernemer tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP). De ondernemer had een onderneming in de bouwsector, die sinds november 2017 actief was, maar door medische omstandigheden tijdelijk was gestaakt. De totale schuldenlast bedroeg circa €84.783, grotendeels ontstaan in 2024 en 2025.

De schuldenaar stelde dat de schulden waren ontstaan door late betalingen van opdrachtgevers en dat gezondheidsproblemen het werk onmogelijk maakten, waardoor het inkomen wegviel en de schulden opliepen. De rechtbank oordeelde echter dat de schuldenaar niet te goeder trouw was geweest bij het ontstaan en het onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek. Dit bleek onder meer uit het feit dat hij in 2023 een Jeep leaste die werd teruggenomen vanwege betalingsproblemen, waarna hij een nieuwe leaseovereenkomst aanging voor een VW Transporter terwijl hij wist dat hij zijn schulden niet kon betalen.

Daarnaast toonde de jaarrekening aan dat de schuldenaar in 2023 €89.000 privé had opgenomen, waarvan circa €15.000 werd besteed aan tuinverbouwing, ondanks de financiële problemen. Ook was het uitgavenpatroon niet aangepast aan de financiële situatie. Bijzondere omstandigheden die toelating tot de WSNP zouden rechtvaardigen, ontbraken. Daarom werd het verzoek afgewezen en herleefde het faillissementsverzoek dat eerder was ingediend.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw; faillissementsverzoek herleeft.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
zaaknummer: C/18/248082 / FT RK 25/990

vonnis van 29 april 2026

in de zaak van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
handelend onder de naam [bedrijfsnaam] ,
hierna te noemen [verzoeker] .

PROCESGANG

Een tweetal schuldeisers van [verzoeker] heeft op 21 augustus 2025 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend strekkende tot faillietverklaring van [verzoeker] .
[verzoeker] heeft op 11 september 2025, ter afwending van een dregeind faillissement, een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Bovengenoemd verzoek tot faillietverklaring is vervolgens geschorst totdat onherroepelijk op het WSNP-verzoek is beslist.
Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 15 april 2026. Daarbij is [verzoeker] verschenen tezamen met zijn partner en de heer [schuldhulpverlener van schuldhulpbedrijf] .

RECHTSOVERWEGINGEN

Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting blijkt dat [verzoeker] sinds november 2017 een onderneming drijft. [verzoeker] houdt zich bezig met het uitvoeren van bouwwerkzaamheden. Door medische omstandigheden van [verzoeker] zijn de activiteiten op dit moment gestaakt. [verzoeker] heeft een totale schuldenlast van € 84.782,70 waarvan de meeste schulden zijn ontstaan in 2024 en 2025.
De schulden zijn volgens [verzoeker] ontstaan doordat zijn opdrachtgevers niet tijdig de facturen betaalden. Doordat [verzoeker] langere tijd te laat betaald kreeg ontstonden achterstanden, die hebben geleid tot deze schuldenlast. Op een gegeven moment zijn ook nog gezondheidsproblemen bij [verzoeker] ontstaan waardoor hij geen werkzaamheden meer kon verrichten en het inkomen volledig wegviel. Als gevolg daarvan zijn de schulden verder gaan oplopen.

DE BEOORDELING

Naar het oordeel van de rechtbank moet het verzoek worden afgewezen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
Op grond van artikel 288, eerste lid, aanhef en onder b van de Faillissementswet wordt een verzoek tot toepassing van de WSNP slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. Het ligt op de weg van de schuldenaar om dit aannemelijk te maken.
De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] niet te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en het onbetaald laten van zijn schulden. [verzoeker] heeft in 2023 een Jeep geleased. Toen de betalingsproblemen ontstonden werd de Jeep terug genomen door de leasemaatschappij. Vervolgens heeft [verzoeker] een VW Transporter geleased bij een andere leasemaatschappij. [verzoeker] wist dat hij schulden had die hij niet kon betalen, maar is toch een nieuwe lease overeenkomst aangegaan. De daarbij behorende financiële verplichtingen is hij niet nagekomen. Daarnaast is uit de jaarrekening gebleken dat [verzoeker] in 2023 totaal € 89.000,- in privé heeft opgenomen uit zijn onderneming. Een deel van die opname, circa € 15.000,- heeft hij gebruikt om zijn tuin te verbouwen. Dit terwijl [verzoeker] op dat moment al grote financiële problemen had. Ook blijkt uit de bankafschriften dat [verzoeker] zijn uitgavenpatroon niet heeft aangepast naar de situatie waarin hij verkeerde.
De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen. Bijzondere omstandigheden die aanleiding kunnen geven [verzoeker] niettemin tot de schuldsaneringsregeling toe te laten, zijn niet gebleken.
Nu het WSNP-verzoek wordt afgewezen, herleeft het faillissementsverzoek dat is ingediend tegen [verzoeker] van rechtswege zodra deze afwijzing onherroepelijk is geworden.

BESLISSING

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. van Gessel, en uitgesproken op 29 april 2026, in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.