ECLI:NL:RBNNE:2026:2560
Rechtbank Noord-Nederland
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Nietigheid oproeping veroordeelde in ontnemingsmaatregel wegens onjuiste betekening vanuit Marokko
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 23 juni 2026 een vordering tot machtiging gijzeling na een ontnemingsmaatregel opgelegd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De veroordeelde, die sinds maart 2025 in Marokko staat geregistreerd, had een openstaand bedrag van ruim 205.000 euro niet voldaan. Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) had de veroordeelde op een buitenlands adres aangeschreven, maar de post kwam onbestelbaar retour.
De officier van justitie vorderde een machtiging tot gijzeling voor 540 dagen, maar de rechtbank stelde vast dat de oproeping niet rechtsgeldig was. Volgens het rechtshulpverdrag tussen Nederland en Marokko dienen oproepingen via een Internationaal Rechtshulp Centrum te verlopen en niet via reguliere post. Bovendien was de betekeningstermijn van 80 dagen niet in acht genomen.
De rechtbank concludeerde dat de oproeping niet op de juiste wijze was geschied en verklaarde deze daarom nietig. De veroordeelde was niet verschenen, en de advocaat was niet specifiek gevolmachtigd. De beslissing werd genomen door de meervoudige strafkamer en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de oproeping nietig wegens onjuiste betekening vanuit Marokko en wijst de vordering tot machtiging gijzeling af.