Eiseres, met lichamelijke en psychische klachten, ontvangt huishoudelijke hulp op grond van de Wmo 2015. Het college heeft de omvang van deze hulp verminderd met 2 uur vanwege een Wlz-indicatie van haar zoon, die intensieve begeleiding ontvangt. Eiseres betwist deze aftrek en stelt dat hiervoor geen wettelijke grondslag bestaat.
De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit en constateert dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom artikel 3.1.1 van de Wlz als grondslag kan dienen voor de aftrek van 2 uur huishoudelijke hulp. De tekst van dit artikel vermeldt wel de zorgvormen binnen het verzekerde pakket, maar biedt geen duidelijke basis voor de aftrek op de indicatie van eiseres.
Het college heeft tijdens de zitting een uitleg gegeven, maar deze is volgens de rechtbank onvoldoende om het motiveringsgebrek te herstellen. Daarom wordt het college in de gelegenheid gesteld het besluit te herzien of nader te motiveren binnen een termijn van zes weken. De overige beroepsgronden worden niet behandeld in deze tussenuitspraak. De procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak.