ECLI:NL:RBNNE:2026:2591
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter onbevoegd bij niet-aanwijzen standplaatsen volgens Wet BAG
Verzoekster, Resort Westerkwartier B.V., verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen waarbij het college van burgemeester en wethouders van Westerkwartier werd opgedragen standplaatsen op een recreatieterrein vast te stellen en te registreren. Dit verzoek volgde op een e-mailbericht van het college waarin werd meegedeeld dat op grond van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (Wet BAG) geen adressen mochten worden opgenomen omdat het terrein leeg was.
De voorzieningenrechter moest beoordelen of het niet-aanwijzen van standplaatsen een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is. Uit de wetsgeschiedenis en jurisprudentie volgt dat wijzigingen in de BAG in beginsel geen besluiten zijn omdat zij niet op rechtsgevolg zijn gericht. Dit geldt ook voor het niet-vaststellen van standplaatsen.
Omdat het verzoek niet ziet op een besluit, maar op een administratieve handeling zonder rechtsgevolg, is de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd om op het verzoek te beslissen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en het reeds betaalde griffierecht wordt terugbetaald. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd omdat het niet-aanwijzen van standplaatsen geen besluit is in de zin van de Awb.