Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verzoekster],
PROCESGANG
RECHTSOVERWEGINGEN
BESLISSING
dit vonnis;
brieven en telegrammen.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoekster heeft op 13 februari 2026 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank Noord-Nederland behandelde het verzoek op 20 april 2026, waarbij verzoekster, haar echtgenoot en schuldhulpverlener aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster in een situatie verkeert waarin zij niet meer kan betalen of redelijkerwijs niet kan voortgaan met betaling van haar schulden. Het verzoek voldoet aan de wettelijke eisen en er zijn geen gronden voor afwijzing. De Wsnp-termijn wordt vastgesteld op 18 maanden, te rekenen vanaf de datum van dit vonnis.
Verzoekster had verzocht om een eerdere ingangsdatum van 9 december 2025, gelijk aan de toelating van haar echtgenoot tot de Wsnp. Dit verzoek wordt afgewezen omdat zij onvoldoende heeft aangetoond dat zij niet in staat is om meer dan 16 uur per week te werken en niet voldoende heeft gesolliciteerd in de periode vanaf die datum. De persoonlijke omstandigheden van haar zoon met gedragsproblemen leiden niet tot een vrijstelling van de sollicitatieplicht.
De rechtbank benoemt mr. D.J. Klijn tot rechter-commissaris en wijst de schuldhulpverlener aan als bewindvoerder, met de opdracht tot het openen van aan verzoekster gerichte post. Tegen het vonnis kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld via een advocaat.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing Wsnp toegewezen met termijn van 18 maanden vanaf 4 mei 2026 en afwijzing eerdere ingangsdatum.