Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de mondelinge behandeling van 20 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van NFP
- de pleitnota van BFNL.
2.De feiten
B. NFP Groep drijft een onderneming die zich bezig houdt met het aanbieden aan werkgevers van additionele secundaire arbeidsvoorwaarden waarop belastingvoordeel te behalen is. De diensten van NFP Groep bestaan op dit moment uit het aanbieden van fietsplannen, leasefietsen, laptops, iPads, mobiele telefonie, assortiment van Coolblue, bol.com en weekendjeweg (de “
FiscFree Diensten”).
3.Het geschil
en voorts om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis:
4.De beoordeling
rechtstreeks of via een derdehaar diensten aan te bieden aan - kort gezegd - een ander multi-benefitplatform dan FiscFree. Het is BFNL dus niet toegestaan haar bedrijfsfitnessdiensten aan te bieden op een ander multi-benefitplatform, of dat nou een platform van een derde is of een door haar zelf geëxploiteerd platform (rechtstreeks). Zou dit anders zijn, dan zou dat betekenen dat BFNL de exclusiviteitsafspraken gemakkelijk kan omzeilen door haar diensten niet via het multi-benefitplatform van een derde aan te bieden, maar die derde simpelweg over te nemen, zoals zij met Alleo heeft gedaan. BFNL zou haar diensten dan alsnog op datzelfde multi-benefitplatform kunnen aanbieden, omdat het dan een eigen platform zou zijn geworden. Als zo’n omzeiling mogelijk zou zijn, zouden de exclusiviteitsafspraken inhoudsloos worden, aldus NFP.
aan te bieden aan ondernemingendie op concurrerende of vergelijkbare wijze als NFP diensten aanbieden. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter ziet dit verbod op het aanbieden van bedrijfsfitnessdiensten aan een multi-benefitplatform van een andere onderneming en niet op het opnemen van die bedrijfsfitnessdiensten in een eigen multi-benefitplatform. In dat geval is er immers geen sprake van het aanbieden van diensten aan een onderneming, maar van het integreren van de eigen diensten in het eigen platform. Ook uit de toevoeging dat BFNL rechtstreeks noch via een derde haar diensten mag aanbieden aan dergelijke ondernemingen, kan niet worden afgeleid dat BFNL haar bedrijfsfitnessdiensten niet op een eigen multi-benefitplatform mag aanbieden. Die toevoeging ziet namelijk slechts op de wijze van het aanbieden van diensten aan een andere onderneming (rechtstreeks of via een derde). Uit de tekst volgt dus niet dat BFNL haar bedrijfsfitnessdiensten niet mag aanbieden op een eigen multi-benefitplatform.