ECLI:NL:RBNNE:2026:2690
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule
Verzoeker heeft op 4 mei 2026 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Tijdens de zitting op 15 juni 2026 verscheen verzoeker samen met een schuldhulpverlener van Stichting de Gemeentelijke Kredietbank. De rechtbank constateert dat verzoeker niet langer aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen en dat een groot deel van zijn schulden is ontstaan uit zijn eenmanszaak die hij sinds december 2020 dreef.
Hoewel verzoeker niet te goeder trouw is geweest ten aanzien van schulden aan de Belastingdienst en het CJIB in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek, wordt op grond van de hardheidsclausule (artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro) het verzoek toch toegewezen. De rechtbank oordeelt dat verzoeker de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen, mede doordat hij zijn bedrijfsactiviteiten heeft gestaakt en het budgetbeheer sinds januari 2024 goed verloopt.
De rechtbank stelt de duur van de schuldsaneringsregeling vast op 18 maanden vanaf de datum van het vonnis en benoemt een rechter-commissaris en bewindvoerder. Er wordt geen eerdere ingangsdatum vastgesteld omdat verzoeker hier niet om heeft verzocht en de omstandigheden dit niet rechtvaardigen.
Tegen dit vonnis kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen acht dagen na de uitspraak, uitsluitend via een advocaat.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt toegewezen met een termijn van 18 maanden.