Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
VASTSTELLINGSOVEREENKOMST AFWIKKELING HUURSCHULDEN
verhuurder.
huurderen als direct bestuurder van de besloten vennootschap
[bedrijf] B.V.
Rechtbank Noord-Nederland
Tussen eiser en gedaagde is een schriftelijke huurovereenkomst gesloten voor een zelfstandige woonruimte, waarbij gedaagde vanaf oktober 2022 geen huur heeft betaald, wat leidde tot een huurachterstand van €15.175,65. Gedaagde stelde dat de overeenkomst slechts een papieren constructie was om een inschrijfadres te verschaffen en dat de huurachterstand viel onder een vaststellingsovereenkomst van 24 oktober 2024, waarin finale kwijting was overeengekomen.
De kantonrechter oordeelde dat de schriftelijke huurovereenkomst dwingend bewijs levert van de afspraken en dat gedaagde onvoldoende tegenbewijs heeft geleverd om dit te weerleggen. De vaststellingsovereenkomst zag alleen op zakelijke schulden van gedaagde en zijn vennootschap, niet op de privé huurachterstand van de woonruimte.
De huurovereenkomst is per eind juli 2025 geëindigd. De huurachterstand wordt vastgesteld op €15.112,65, verminderd met twee maanden huur na verkoop van het pand, waardoor €14.167,60 resteert. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van €926,13 toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van in totaal €15.093,73, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten van €2.317,45. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, behalve de verklaring voor recht.
Uitkomst: De huurovereenkomst is per eind juli 2025 geëindigd en gedaagde is veroordeeld tot betaling van €15.093,73 plus rente en proceskosten.