ECLI:NL:RBNNE:2026:2738

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
LEE 26/1612
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 AWRArt. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd tot schorsing invorderingsmaatregelen belasting

Verzoeker heeft aanslagen onroerendezaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing voor de jaren 2024 en 2025 ontvangen van de gemeente De Wolden. Na aanmaningen en dwangbevelen zijn er derdenbeslagen gelegd onder zijn pensioenfonds. Verzoeker heeft tegen deze maatregelen beroep ingesteld en tegelijkertijd voorlopige voorzieningen gevraagd om de tenuitvoerlegging van het beslag te schorsen.

De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker ten onrechte meent dat de bestuursrechter bevoegd is om over het stopzetten van invorderingsmaatregelen te beslissen. Volgens vaste rechtspraak behoort de beoordeling van de rechtmatigheid en het stopzetten van invorderingsmaatregelen tot de burgerlijke rechter. De voorzieningenrechter verklaart zich daarom onbevoegd om het verzoek tot schorsing te behandelen.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank in de bodemprocedure niet. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om de voorlopige voorziening tot schorsing van invorderingsmaatregelen toe te wijzen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummers: LEE 26/1612 en 26/1614

uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 juli 2026 in de zaken tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

de ontvanger van de gemeente De Wolden, de ontvanger.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op de verzoeken om een voorlopige voorziening van verzoeker.
LEE 26/1612
1.1.
De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 25 februari 2024 aan verzoeker aanslagen onroerendezaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing opgelegd voor het jaar 2024 van in totaal € 975,04.
1.2.
De ontvanger heeft verzoeker een aanmaning en een dwangbevel gestuurd om de onder 1.1. vermelde aanslagen te betalen.
1.3.
Verzoeker heeft met dagtekening 14 februari 2026 bij de gemeente De Wolden een verzoek ingediend tot correcte juridische en boekhoudkundige verwerking van de bedragen van de aanslagen binnen de Beheervoorziening BSN en tot onmiddellijke intrekking van het dwangbevel (1.2.).
1.4.
Verzoeker heeft zijn onder 1.3. vermelde verzoeken bij brief van 1 maart 2026 nogmaals gedaan bij de gemeente De Wolden.
1.5.
Op verzoek van de ontvanger is bij exploot van 7 mei 2026 inzake de onder 1.1. vermelde aanslagen vermeerderd met kosten ten laste van verzoeker derdenbeslag gelegd onder zijn pensioenfonds. Op 11 mei 2026 heeft de deurwaarder dit exploot aan verzoeker betekend.
1.6.
Verzoeker heeft op 21 mei 2026 een beroepschrift ingediend en beroep ingesteld tegen het onder 1.5. exploot en tegen de fictieve weigering van de gemeente De Wolden om te reageren op zijn onder 1.3. vermelde stukken en het onder 1.4. vermelde, herhaalde verzoek daartoe.
1.7.
Verzoeker heeft tegelijk met het indienen van zijn beroepschrift een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend en daarbij de voorzieningenrechter verzocht de tenuitvoerlegging van het onder 1.5. exploot van derdenbeslag, hangende de behandeling van het beroep te schorsen.
LEE 26/1614
1.8.
De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 23 februari 2025 aan verzoeker aanslagen onroerendezaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing opgelegd voor het jaar 2025 van in totaal € 960,85.
1.9.
De ontvanger heeft verzoeker een aanmaning en een dwangbevel gestuurd om de onder 1.8. vermelde aanslagen te betalen.
1.10.
Verzoeker heeft met dagtekening 14 februari 2026 bij de gemeente De Wolden een verzoek ingediend tot correcte juridische en boekhoudkundige verwerking van de bedragen van de aanslagen binnen de Beheervoorziening BSN en tot onmiddellijke intrekking van het dwangbevel (1.9.).
1.11.
Verzoeker heeft zijn onder 1.10. vermelde verzoeken bij brief van 1 maart 2026 nogmaals gedaan bij de gemeente De Wolden.
1.12.
Op verzoek van de ontvanger is bij exploot van 7 mei 2026 inzake de onder 1.8. vermelde aanslagen vermeerderd met kosten ten laste van verzoeker derdenbeslag gelegd onder zijn pensioenfonds. Op 11 mei 2026 heeft de deurwaarder dit exploot aan verzoeker betekend.
1.13.
Verzoeker heeft op 21 mei 2026 een beroepschrift ingediend en beroep ingesteld tegen het onder 1.12. exploot en tegen de fictieve weigering van de gemeente De Wolden om te reageren op zijn onder 1.10. vermelde stukken bezwaarschrift en het onder 1.11. vermelde, herhaalde verzoek daartoe.
1.14.
Verzoeker heeft tegelijk met het indienen van zijn beroepschrift een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend en daarbij de voorzieningenrechter verzocht de tenuitvoerlegging van het onder 1.12. exploot van derdenbeslag, hangende de behandeling van het beroep te schorsen.

Karakter voorlopige voorziening

2.
2.1.
De voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, ook wel bodemprocedure genoemd, kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen. Daarbij gelden als voorwaarden dat tegelijkertijd tegen hetzelfde besluit een bezwaar- of beroepsprocedure loopt (vereiste van connexiteit) en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. [1] Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in de bodemprocedure niet.
2.2.
De voorzieningenrechter kan uitspaak doen zonder partijen uit te nodigen voor een zitting, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. [2] De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker zijn beroepschriften (en daarmee zijn voorlopige voorzieningen) uitdrukkelijk aan de bestuursrechter heeft voorgelegd, omdat hij meent dat uitsluitend de bestuursrechter bevoegd is daarvan kennis te nemen.
4. De voorzieningenrechter overweegt verder dat hetgeen verzoeker heeft verzocht ziet op het stoppen van invorderingsmaatregelen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, anders dan verzoeker meent, de rechter in belastingzaken onbevoegd is daarover te oordelen. Vragen over het stopzetten, maar ook over de rechtmatigheid van invorderingsmaatregelen dienen te worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter. [3] De voorzieningenrechter zal zich dan ook onbevoegd verklaren.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Brekelmans, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Haanstra, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Uitgesproken op 7 juli 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
2.Artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
3.Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 28 juni 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB1981, r.o. 4.6.