ECLI:NL:RBNNE:2026:2904

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
11919596 BU VERZ 25-2142
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete voor doorrijden bij rood verkeerslicht door belemmerd zicht door bus

Betrokkene kreeg een boete van €319 opgelegd wegens doorrijden bij een rood verkeerslicht op de Oostergoweg in Leeuwarden op 20 februari 2025. Zij stelde dat zij het licht niet kon zien vanwege een bus op de naastgelegen busbaan die haar zicht volledig blokkeerde. Hierdoor reed zij mee met de voorgangers in de veronderstelling dat het licht groen was, en kon zij niet veilig stoppen zonder het kruispunt en de doorgang van de bus te blokkeren.

De officier van justitie verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, maar de kantonrechter behandelde het beroep op 2 juli 2026 en oordeelde dat de verkeerssituatie ter plaatse ingewikkeld is doordat de stopstreep voor personenauto’s op dezelfde hoogte ligt als die voor bussen. Dit maakt het aannemelijk dat betrokkene het verkeerslicht niet kon zien.

Hoewel betrokkene de overtreding niet betwistte, matigde de kantonrechter de boete met de helft tot €164, omdat er gegronde omstandigheden waren die de overtreding verklaren. De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd en de boete aangepast. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De boete voor doorrijden bij rood licht wordt gematigd tot €164 vanwege belemmerd zicht door een bus.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 272142524
zaaknummer: 11919596 BU VERZ 25-2142
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 2 juli 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat’, verricht op 20 februari 2025, om 17:14 uur, op de Oostergoweg in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 319,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 2 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. K.S.L. Kattick.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen
.De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat zij op de Oostergoweg reed, aan de kant van parkeergarage De Klanderij, met de intentie rechtsaf te slaan. Zij stond stil voor het verkeerslicht, achter twee andere voertuigen. Op de busbaan naast haar stond een bus die haar zicht op het verkeerslicht volledig blokkeerde. Toen de auto’s voor haar gingen rijden, is zij met hen meegereden in de veronderstelling dat het verkeerslicht op groen stond. Op dat moment kon zij niet meer veilig stoppen zonder het kruispunt en de doorgang van de bus te blokkeren. Uit veiligheidsoverwegingen is zij daarom doorgereden. Zij heeft het verkeerslicht niet bewust genegeerd.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
6. De kantonrechter ziet in hetgeen door betrokkene is aangevoerd aanleiding om de boete te matigen. Alhoewel betrokkene, als zij het verkeerslicht niet kan zien vanwege andere voertuigen, moet anticiperen door bijvoorbeeld haar snelheid aan te passen, is de verkeerssituatie op de pleeglocatie ingewikkeld. De stopstreep op de rijbaan voor personenauto’s ligt op dezelfde hoogte als die van de rijbaan voor bussen, waardoor het aannemelijk is dat betrokkene door de bus naast haar het stoplicht niet kon zien. Daarom matigt de kantonrechter de boete met de helft, waardoor het boetebedrag wordt vastgesteld op € 164,00, inclusief administratiekosten.

Conclusie

De kantonrechter:
 verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
 vernietigt die beslissing;
 wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 164,00, inclusief administratiekosten;
 bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.