ECLI:NL:RBNNE:2026:2908

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
11919550 BU VERZ 25-2136
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete wegens verboden voertuigvoorziening gegrond verklaard

Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) wegens het rijden met een voertuig voorzien van een voorziening die bij botsing de kans op lichamelijk letsel aan anderen aanzienlijk vergroot. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 2 juli 2026 voerde betrokkene aan dat de voorziening voldeed aan de Nederlandse wetgeving en een geldig EG-keurmerk had. Ook de RDW bevestigde dat dit conform de regels was. De auto was bovendien geleend van een garage. De gemachtigde en eigenaar van de garage benadrukten dat veel voertuigen met een frontbeschermingsinrichting rijden en dat dit met een geldig keurmerk is toegestaan.

De officier van justitie gaf aan dat de verbalisant geen typegoedkeuring had overgelegd, waardoor geen duidelijkheid kon worden verschaft. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging niet kon worden vastgesteld omdat uit de verklaring van de verbalisant niet bleek dat hij de overtreding had waargenomen terwijl betrokkene reed. Dit is een vereiste om de boete op te leggen.

Daarom verklaarde de kantonrechter het beroep gegrond, vernietigde de boete en bepaalde dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt. Betrokkene kan tegen deze beslissing binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens ontbreken van vaststelling van de overtreding tijdens het rijden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 268930612
zaaknummer: 11919550 BU VERZ 25-2136
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 2 juli 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats],
gemachtigde: [naam].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘voertuig voorzien van voorziening die bij botsing kans op lichamelijk letsel aan anderen aanzienlijk vergroten’, verricht op 10 augustus 2024, om 01:48 uur, op [adres], met een bedrijfsauto, met kenteken 86VJL2. De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 2 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: gemachtigde en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. K.S.L. Kattick.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert, onder verwijzing naar bijlagen, aan dat de
bullbaraan de Nederlandse wetgeving voldoet. Het EG-keurmerk is aanwezig en duidelijk zichtbaar. Betrokkene heeft ook contact opgenomen met de RDW. Die geeft aan dat dit conform de regels is. Daarnaast is het niet de auto van betrokkene, maar de auto van de garage. Hij mocht deze auto even lenen omdat zijn eigen auto stuk was. Gemachtigde, keurmeester en eigenaar van de garage, heeft op de zitting aangevoerd dat hij namens betrokkene op het politiebureau is geweest en een melding heeft gedaan, maar dat betrokkene alsnog een boete heeft ontvangen. Hij heeft aangegeven dat veel andere voertuigen rijden met een frontbeschermingsinrichting en dat dit, als de
bullbareen geldig keurmerk heeft, ook is toegestaan.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat de verbalisant geen typegoedkeuring heeft overgelegd, waardoor deze geen duidelijkheid heeft kunnen verschaffen in deze zaak. Gelet op vorenstaande kan de gedraging niet worden vastgesteld, waardoor zij de kantonrechter heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren.
Overwegingen
5. De kantonrechter is van oordeel dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. De feitcode behorende bij deze gedraging is N480H. Volgens het feitenboekje van 2024 van het Openbaar Ministerie houdt deze feitcode in dat het verboden is om als bestuurder met een voertuig te rijden terwijl het voertuig is voorzien van een voorziening die bij botsing kans op lichamelijk letsel aan anderen aanzienlijk vergroot. Uit de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht volgt echter niet dat hij de gedraging heeft waargenomen terwijl betrokkene
reed. Nu dit wel een vereiste is om deze boete te mogen opleggen, kan de gedraging niet worden vastgesteld en kan er niet worden gesproken van een verkeersovertreding. Het beroep zal gegrond worden verklaard.

Conclusie

De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
- vernietigt die beslissing;
- verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
- vernietigt die inleidende beschikking;
- bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.