ECLI:NL:RBNNE:2026:291

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
11494987 BU VERZ 25-20
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenArtikel 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete wegens overschrijding redelijke termijn bij verkeersovertreding

Aan betrokkene is een boete opgelegd voor het overschrijden van een doorgetrokken streep op 1 februari 2023 in Groningen. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat de verbalisant geen reële mogelijkheid had om betrokkene staande te houden met gebruik van optische en geluidssignalen van het dienstvoertuig. De overtreding stond vast, maar de boete werd gematigd met 25% vanwege overschrijding van de redelijke termijn tussen het feit en de uitspraak.

Daarnaast werd de officier van justitie veroordeeld in de proceskosten van betrokkene, omdat het beroep gedeeltelijk gegrond werd verklaard. De boete werd verlaagd van €159,00 naar €121,50 inclusief administratiekosten.

Uitkomst: Boete gematigd met 25% wegens schending redelijke termijn en officier van justitie veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 255531042
zaaknummer: 11494987 BU VERZ 25-20
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 9 januari 2026
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
(gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V.).

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in een richting)’, verricht op 1 februari 2023, om 17:39 uur, op de Laan Corpus den Hoorn (onder het viaduct van de A7 in zuidelijke richting) in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 159,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 9 januari 2026 op de zitting behandeld. Betrokkene is zelf niet ter zitting verschenen. Als gemachtigde van betrokkene is verschenen T. Drost, kantoorgenoot van mr. Lagas.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Gemachtigde voert aan dat betrokkene ten onrechte niet staande is gehouden. De verbalisant beschikte over een dienstvoertuig. De verbalisant had betrokkene dus kunnen volgen. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat de boete met 25% gematigd moet worden, omdat de redelijke termijn is geschonden. Voor het overige dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
Overwegingen
4. De kantonrechter stelt allereerst vast dat de boete terecht is uitgeschreven aan de kentekenhouder van het voertuig. De verbalisant vermeldt in het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal dat betrokkene niet is staande gehouden, omdat zij na enige tijd aankwamen bij verkeerslichten. Betrokkene kon toen doorrijden, maar de verbalisant moest stoppen omdat het voertuig voor hem stopte voor het rode licht. Het gepleegde feit valt niet onder redenen om gebruik te maken van de optische en geluidssignalen van het dienstvoertuig. De verbalisant had daarom geen reële mogelijkheid om betrokkene staande te houden.
5. Betrokkene betwist de gedraging niet, maar voert argumenten aan ter verklaring. Daarmee is de gedraging komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
6. De kantonrechter zal de boete matigen met 25% tot € 121,50 (inclusief administratiekosten), omdat de redelijke termijn is geschonden. [1] In deze zaak is namelijk meer dan twee jaar verstreken tussen het moment waarop betrokkene kon verwachten dat hij een boete zou krijgen en deze uitspraak. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete verder te matigen of te vernietigen. Het enkele gegeven dat betrokkene in de bijstand zou zitten is hiervoor onvoldoende.
7. Omdat de kantonrechter het beroep gedeeltelijk gegrond zal verklaren in verband met de schending van de redelijke termijn, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene in de kantonfase. Hij zal twee punten met een waarde van € 934,00 toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het bijwonen van de zitting. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe.
8. De berekening is als volgt: 2 (procespunt) x € 934,00 (tarief) x 0,5 (wegingsfactor, licht) = € 934,00. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 934,00.

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 121,50 (inclusief administratiekosten);
  • bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt;
  • veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 934,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, kantonrechter, in aanwezigheid van D.W. Veenstra, griffier.
griffier kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Artikel 6, eerste lid, van het EVRM.